Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 20 april 2023
[X] te Den Haag, belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beroep niet-tijdig beslissen op bezwaar
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een verzuimboete en verzocht om een kostenvergoeding. De Inspecteur vernietigde de boete maar besloot niet tijdig op het verzoek om kostenvergoeding. Na ingebrekestelling besloot de Inspecteur alsnog op 18 februari 2021 over de kostenvergoeding toe te kennen.
Belanghebbende vorderde een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen, maar de Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het was gericht tegen het niet tijdig beslissen en ongegrond voor het overige. Belanghebbende stelde hoger beroep in.
Het Hof oordeelde dat het verzoek om kostenvergoeding geen zelfstandige aanvraag is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat de dwangsomregeling daarom niet van toepassing is. De latere beslissing op het verzoek om kostenvergoeding wordt op één lijn gesteld met een beslissing op bezwaar, waartegen beroep mogelijk is. Omdat tegen de eerdere uitspraak op bezwaar beroep mogelijk was, bestond geen noodzaak voor een afzonderlijk recht op dwangsom.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het Hof zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Inspecteur bood aan het betaalde griffierecht te vergoeden, maar het Hof zag hiervoor geen aanleiding.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat er geen recht bestaat op een dwangsom voor het niet tijdig beslissen over een verzoek om kostenvergoeding in de bezwaarfase.