Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 27 september 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- de beroepen gegrond verklaard;
- de uitspraken op bezwaar vernietigd;
- de navorderingsaanslag 2014 verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.719;
- de navorderingsaanslag 2017 verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.087;
- de aanslag 2018 verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.205;
- de aanslag 2019 verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 27.274;
- de Inspecteur opgedragen de beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig te herzien;
- bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde uitspraken op bezwaar;
- de minister voor Rechtsbescherming veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 100;
- de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 900; en
- de Inspecteur opgedragen aan belanghebbende het betaalde griffierecht van in totaal € 97 te vergoeden.
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Verzoek uitstel zitting
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- of de aanslag 2014 naar het juiste bedrag is opgelegd, meer specifiek of belanghebbende recht heeft op aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek;
- of de aanslag 2017 naar het juiste bedrag is opgelegd, meer specifiek of belanghebbende recht heeft op aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek;
- of de Rechtbank de aanslag 2018 ten onrechte heeft verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.205.
- of de Rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend;
- of de Rechtbank de vergoeding van immateriële schade juist heeft vastgesteld;
- of de Rechtbank ten onrechte geen vergoeding van materiële schade heeft toegekend; en
- of de Rechtbank ten onrechte geen reiskostenvergoeding heeft toegekend.
Beoordeling van het hoger beroep
€ 445
€ 27.026. Indien de in de aangifte opgenomen aftrek wegens specifieke zorgkosten van € 194 in aanmerking wordt genomen, bedraagt het belastbaar inkomen uit werk en woning € 26.832 (€ 27.026 -/- € 194). Het belastbaar inkomen uit werk en woning voor het jaar 2018 zal derhalve worden vastgesteld op € 26.832.
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, voor zover deze betrekking heeft op de aanslag 2018 en de beschikking belastingrente 2018 en de proceskostenvergoeding;
- vermindert de aanslag 2018 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.832 en wijzigt de beschikking belastingrente 2018 dienovereenkomstig;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 127,08 en
- gelast de Minister van Justitie en Veiligheid het betaalde griffierecht van € 136 aan belanghebbende te vergoeden.