ECLI:NL:GHDHA:2023:1859
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde kantoorpand en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, eigenaar van een kantoorpand, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden en aanslagen over de jaren 2017 tot en met 2020. De heffingsambtenaar stelde de waarden vast via de huurwaardekapitalisatiemethode, onderbouwd met waarderapporten en vergelijkbare huurtransacties. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan. De gehanteerde huurprijzen en kapitalisatiefactor waren aannemelijk en de kleine verschillen in oppervlakte waren verwaarloosbaar. Het beroep op een hoger leegstandsrisico werd niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing. Tevens oordeelde het hof dat de coronacrisis geen algemene bijzondere omstandigheid is die de redelijke termijn verlengt, behalve in specifieke gevallen zoals hier, waar een inpandige opname en hoorzitting werden uitgesteld.
De redelijke termijn werd daarom met enkele maanden verlengd, waardoor geen recht op immateriële schadevergoeding bestond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde bevestigd zonder vergoeding van immateriële schade.