Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 januari 2022
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Parkeren aan [straat 1]
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor het niet voldoen van parkeerbelasting op twee locaties in de gemeente Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De rechtbank oordeelde dat de bebording rondom de parkeerzones voldoende duidelijk is, mede door zoneborden bij toegangswegen en herhalingsborden in de straat. De definitie van parkeren in de gemeentelijke Verordening, die overeenkomt met de Gemeentewet, omvat het gedurende een aaneengesloten periode stilzetten van een voertuig, anders dan voor onmiddellijk in- en uitstappen of laden en lossen. Dit geldt ook als de auto kortdurend stil staat met draaiende motor om te telefoneren.
Belanghebbende voerde aan dat de motor draaide en de auto daardoor trilde, en dat de parkeerautomaat geen betaling voor minder dan tien cent toestaat. Het Hof oordeelde dat dit niet uitsluit dat de auto geparkeerd stond en dat het minimale tarief van tien cent verschuldigd is, ook bij een korte parkeerduur van 2 à 3 minuten. De klachten over het niet kunnen betalen voor zeer korte duur en het stilzetten met draaiende motor faalden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen parkeerbelasting bevestigd.