Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 1 maart 2022
Centurion Beveiliging B.V.,
Eye Watch Security Group B.V.,
Excellence Security B.V.,
Fortas Mobiele Surveillance B.V.,
Intergarde B.V.,
Nimo Dog & Event Security B.V.,
Polygarde B.V.,
Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging,
Waar deze zaak over gaat
Centurion c.s. ook gebonden aan de algemeen verbindend verklaarde Cao Publieke Beveiliging. Aan beide cao’s is een sociaal fonds verbonden dat voorziet in maatregelen en voorzieningen. Voor de Cao Publieke Beveiliging is het SFPB ingesteld. Dit is geregeld in de CAO SFPB, die ook algemeen verbindend is verklaard. Centurion c.s. hebben op grond van de Cao SFPB aan SFPB om om dispensatie verzocht. SFPB heeft het verzoek afgewezen. Centurion vorderen dat het hof de dispensatie alsnog verleent, dan wel dat voor recht wordt verklaard dat SFPB ten onrechte de dispensatie heeft geweigerd. Het hof wijst deze vorderingen af.
Feiten
Centurion c.s. zijn vanwege hun lidmaatschap van VBe NL gebonden aan deze cao. De Cao-partijen bij deze cao hebben het Sociaal Fonds Cao Beveiliging (hierna: SFCB) opgericht. Werkgevers die onder de werkingssfeerbepaling van de Cao Beveiliging vallen zijn een cao-bijdrage aan het SFCB verschuldigd.
“ARTIKEL 2 WERKINGSSFEER Pro
“REGLEMENT DISPENSATIEVERZOEK (UITWERKING ARTIKEL 2 LID Pro 2)
24 mei 2018 per e-mail geantwoord dat zij niet tot heroverweging overgaat.
Procesverloop in eerste aanleg
Procesverloop in hoger beroep
De vorderingen in het hoger beroep
primairte bepalen dat aan hen dispensatie wordt verleend van de Fondsen-cao met ingang van 17 april 2018,
subsidiairvoor recht te verklaren dat SFPB ten onrechte deze dispensatie heeft geweigerd en
primair en subsidiairSFPB te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
Beoordeling van het hoger beroep
grieven 1 tot en met 4betogen Centurion c.s. dat SFPB hen dispensatie hadden moeten verlenen van de Fondsen-cao. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
art. 2 lid 2 van Pro de Fondsen-cao (zie r.o. 1.6). Deze Fondsen-cao is algemeen verbindend verklaard en is daarom recht in de zin van art. 79 RO Pro. In de wet noch in de Fondsen-cao is voorzien in een toetsing van deze beslissing door de civiele rechter.
art. 3:300 BW Pro zelf dispensatie kan verlenen.
Centurion c.s. de stelplicht en – bij gemotiveerde betwisting van de relevante feitelijke stellingen – de bewijslast (art. 150 Rv Pro).
“zwaarwegende argumenten”waardoor toepassing van de Fondsen-cao
“redelijkerwijze niet kan worden gevergd”of(2) een afwijkend, maar
“tenminste gelijkwaardig”arbeidsvoorwaardenpakket, dat is overeengekomen met – samengevat – een onafhankelijke vakbond.
“zwaarwegende argumenten”is niet nader gedefinieerd. Wel is er een voorbeeld van dergelijke argumenten genoemd:
“Van zwaarwegende argumenten is met name sprake als de specifieke bedrijfskenmerken op essentiële punten verschillen van ondernemingen die tot de werkingssfeer van de cao gerekend kunnen worden”.Het processuele debat tussen partijen over de zwaarwegende argumenten gaat over de al dan niet toepasselijkheid van dit voorbeeld.
“essentiële punten”van verschil te onderbouwen in
“specifieke bedrijfskenmerken”van de individuele werkgever in vergelijking met
“ondernemingen die tot de werkingssfeer van de cao gerekend kunnen worden”.
“essentiële punten”wordt gedoeld op punten die voor de vergelijking van
“specifieke bedrijfskenmerken”relevant en wezenlijk zijn voor de vraag of toepassing van de Fondsen-cao
“redelijkerwijze niet kan worden gevergd”. Het enkele feit dat er grote verschillen in bedrijfskenmerken zijn is dus niet voldoende voor dispensatie. Dit is de meest voor de hand liggende uitleg.
“zwaarwegende argumenten”niet aannemelijk is geworden.
“tenminste gelijkwaardig”arbeidsvoorwaardenpakket, dat is overeengekomen met een onafhankelijke vakbond, gaat niet op. Daarvoor bestaan de volgende redenen.
Cao Beveiliging en de Cao Pb.
grief 5betogen Centurion c.s. dat zij ten onrechte in de proceskosten zijn veroordeeld. Deze grief faalt omdat bij deze stand van zaken Centurion c.s. terecht in de proceskosten van de eerste aanleg zijn veroordeeld.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Rotterdam van 19 december 2019;
- veroordeelt Centurion c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van SFPB tot op heden begroot op € 760,-- aan griffierecht en € 1.114,-- aan salaris advocaat (tarief II, 1 punt);
- wijst de vorderingen van Centurion c.s. af.