ECLI:NL:GHDHA:2022:2132
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G.J. van Leijenhorst
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- I. Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in Nederland belastbaar inkomen voor zorgverzekeringswet bij pensioenuitkering woonachtig in België
Belanghebbende, woonachtig in België en aandeelhouder van een Nederlandse pensioen-BV, betwistte de vaststelling van niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) door de Belastingdienst voor de jaren 2015 tot en met 2017. De Inspecteur had beschikkingen gegeven waarin Nederland heffing toepaste op pensioenuitkeringen uit de BV, terwijl België belasting heft over de AOW-uitkering.
De Rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof overwoog dat eerdere jurisprudentie, waaronder uitspraken van het Hof ’s Hertogenbosch en de Hoge Raad, bevestigen dat pensioenuitkeringen uit Nederland onder de werkingssfeer van Verordening 1408/71 en 883/2004 vallen, ook als de belanghebbende in België woont en geen beroepswerkzaamheden verricht.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was om de NiNbi-beschikkingen vast te stellen en dat de verstrekking van inkomensgegevens aan het CAK niet in strijd was met het recht op privacy, omdat deze op een wettelijke grondslag berust. Het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van immateriële schade en griffierechten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk bevestigde het hof de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de NiNbi-beschikkingen terecht zijn vastgesteld en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.