De werknemer trad in september 2018 in dienst bij VETkanaal B.V. als medewerker reiniging. In 2020 ontstond een geschil over salaris, dat nog loopt bij de rechter. De werknemer meldde zich in januari 2021 ziek, waarna bedrijfsarts en arboarts advies gaven over mediation en re-integratie.
De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen, verstoorde arbeidsverhouding en cumulatiegrond. De kantonrechter wees het verzoek toe en oordeelde dat de werknemer ernstig verwijtbaar handelde. De werknemer ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof oordeelde dat de ontbinding terecht was vanwege een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, die reeds bestond vóór de ziekmelding. De werknemer kon niet worden verweten ernstig verwijtbaar te hebben gehandeld, mede omdat zijn acties voortkwamen uit serieuze klachten over loon en arbeidsomstandigheden. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €3.151,79 bruto. Het verzoek tot billijke vergoeding werd afgewezen omdat het handelen van de werkgever niet ernstig verwijtbaar was.