ECLI:NL:GHDHA:2021:909
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonbetaling tijdens ziekte ondanks drugsverslaving werknemer
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 30 juni 2019 was verlengd en of de werknemer recht had op loon tijdens zijn ziekteperiode. Het hof bevestigde dat de arbeidsovereenkomst doorliep tot 30 juni 2020 en niet reeds op 31 december 2019 eindigde.
De werknemer had zich op 21 oktober 2019 ziek gemeld en stelde arbeidsongeschikt te zijn. Het hof legde de bewijslast van arbeidsongeschiktheid bij de werknemer en concludeerde dat tot en met januari 2020 de werknemer wegens ziekte niet kon werken. Voor de periode van februari tot juli 2020 bracht de werknemer medische rapportages in, waaruit bleek dat hij een behandeltraject volgde vanwege verslavingsproblematiek.
Het hof achtte deze arbeidsongeschiktheid voldoende bewezen en verwierp de betwisting van de werkgever. De bedrijfsarts was op de hoogte van de verslavingsproblematiek, die als beperking op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren werd aangemerkt. De werkgever kon niet aantonen dat de ziekte opzettelijk was veroorzaakt, zodat het loon tijdens ziekte doorbetaald moest worden.
De grieven van de werkgever faalden derhalve en het hof bekrachtigde de eerdere beschikking, met veroordeling van de werkgever in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de werknemer recht heeft op loon tijdens ziekte tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 30 juni 2020.