Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 februari 2021
appellante tevens geïntimeerde in incident,
hierna te noemen: de vrouw,
geïntimeerde tevens appellant in incident,
hierna te noemen: de man,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden, dat terzake van de uitleg van deze huwelijksvoorwaarden uitsluitend het Nederlandse recht van kracht zal zijn en dat geschillen terzake van de uitleg van deze huwelijksvoorwaarden uitsluitend kunnen worden voorgelegd aan de Nederlandse rechter, één en ander mede in verband met het feit dat hun eerste huwelijksdomicilie in Nederland zal zijn’.
- artikel 8, eerste lid, Rv, op grond van de forumkeuze in de huwelijkse voorwaarden van partijen (grief 2);
- artikel 9, aanhef en onder a, Rv, op grond van een stilzwijgende aanvaarding van de bevoegdheid door de man (grief 1); en
- artikel 9, aanhef en onder c, Rv, op grond van een noodbevoegdheid als gevolg van de door de vrouw gestelde bezwaren tegen het voeren van een gerechtelijke procedure in Spanje (grief 3).
geschillen terzake van de uitleg van de huwelijksvoorwaarden’. Naar het oordeel van het hof volgt uit deze formulering niet dat partijen daarbij oog hebben gehad op pensioengeschillen. Het hof voegt hier aan toe, dat ten tijde van het opstellen van de huwelijkse voorwaarden de Wvps nog niet in werking was getreden en pensioenrechten als onderdeel van de gemeenschap van goederen tussen voormalige echtgenoten werden verrekend op grond van HR 27 november 1981, NJ 1982/503 (Boon/Van Loon). Nu partijen in de huwelijkse voorwaarden iedere gemeenschap van goederen – behoudens inboedel – hebben uitgesloten, kan de forumkeuze met betrekking tot ‘
geschillen terzake van de uitleg van de huwelijksvoorwaarden’ – ook beoordeeld naar de partijbedoelingen bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden – naar het oordeel van het hof geen betrekking hebben op pensioengeschillen uit hoofde van de Wvps.
forum necessitatis), te weten: (i) de zaak is voldoende verbonden met de rechtssfeer van Nederland en (ii) het is onaanvaardbaar om van de eiser te vergen dat hij de zaak aan het oordeel van een rechter van een vreemde staat onderwerpt. De door de vrouw aangevoerde omstandigheden leveren naar het oordeel van het hof voldoende verbondenheid op met de rechtssfeer van Nederland, zodat voldaan is aan het vereiste onder (i). Aan het vereiste onder (ii) is naar het oordeel van het hof echter niet voldaan, gelet op de terughoudendheid waarmee volgens de bedoelingen van de wetgever de in artikel 9, aanhef en onder c, Rv bedoelde onaanvaardbaarheid dient te worden aangenomen (zie Parl. Gesch. Burg. Procesrecht 2002, blz. 113).