ECLI:NL:GHDHA:2021:1760
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning vastgesteld op 1 januari 2018
Belanghebbende is eigenaar van een appartement uit 2006 gelegen op de begane grond nabij de ingang van het gebouw. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2019 vast op 242.000 euro, na bezwaar verlaagd tot 230.000 euro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, omdat geen correctie is toegepast voor de slechtere ligging van de woning ten opzichte van vergelijkingsobjecten. Belanghebbende maakte zijn lagere waarde van 213.000 euro niet aannemelijk omdat deze was gebaseerd op waardeverandering van een ander object en niet op de waardepeildatum zelf.
Het hof stelt daarom de WOZ-waarde in goede justitie vast op 220.000 euro. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar worden vernietigd. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op € 220.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.