Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 20 januari 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Omkering bewijslast
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een Nederlandse belastingplichtige met Franse spaarrekeningen, had deze tegoeden niet aangegeven in haar IB/PVV-aangiften over 2001-2015. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens het niet aangeven van deze bezittingen in box 3. De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het Hof vernietigt de boetebeschikkingen voor meerdere jaren en beperkt de boete tot €500.
Het Hof oordeelt dat de spaarrekeningen geen vrijgestelde lijfrenteaanspraak of kapitaalverzekering eigen woning vormen, maar tot de rendementsgrondslag van box 3 behoren. Belanghebbende had dit redelijkerwijs moeten weten en had de Belastingdienst of een adviseur kunnen raadplegen. Er is geen pleitbaar standpunt dat vrijstelling rechtvaardigt.
Hoewel sprake is van grove schuld wegens nalatigheid, acht het Hof het verwijt minder ernstig omdat belanghebbende in 2016 de tegoeden meldde en zij zich niet bewust was van de fiscale kwalificatie in box 3. Daarom is een boete van €500 passend. Het Hof veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en bevestigt de navorderingsaanslagen, met uitzondering van de boetebeschikkingen die worden vernietigd.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen bevestigd, boetebeschikkingen deels vernietigd en totale boete vastgesteld op €500.