Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 13 juli 2021
[appellante],
Waar gaat deze zaak over?
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
grief Ivoert [appellante] aan dat het vonnis lijdt aan een motiveringsgebrek omdat de kantonrechter niet is ingegaan op het bewijsaanbod van [appellante]. [appellante] herhaalt dat bewijsaanbod in die zin dat zij aanbiedt een deskundige te doen benoemen.
Grief IIhoudt in dat de kantonrechter de feitelijke conclusies van de deskundige juridisch had moeten kwalificeren. De
grieven III en IVhebben betrekking op de vraag of er sprake is van een gebrek dat aan het normaal gebruik als woning in de weg staat. Met
grief Vvoert [appellante] aan dat nader onderzoek niet van haar verwacht kon worden omdat daarvoor destructief onderzoek zou moeten worden uitgevoerd. Bovendien hebben [geïntimeerde 1] c.s. de vragenlijst voor de verkoop van de woning onjuist ingevuld.
Grief VIis gericht tegen de verwerping van het beroep op dwaling. In grief VI wordt tevens de grondslag van de vordering uitgebreid met een beroep op artikel 6:230 BW Pro en artikel 6:74 BW Pro. De
grieven VII en VIIIhebben betrekking op de afwijzing van de vordering als zodanig en de proceskostenveroordeling.
NJ1981/635). Indien partijen, zoals in dit geval, bij de schriftelijke vastlegging van hun overeenkomst gebruikmaken van een standaardakte waarin een beding voorkomt dat als voorgedrukte verklaring van de verkoper bevat dat de verkochte zaak de feitelijke eigenschappen zal bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn, zal uitgangspunt voor de uitleg van dit beding dienen te zijn dat 'normaal gebruik' betrekking heeft op wat daaronder naar gangbaar spraakgebruik wordt verstaan (HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2414,
NJ2010/62). De kantonrechter heeft in dit verband terecht overwogen dat in een woning gewoond zal moeten kunnen worden op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast. Dat betekent ook dat niet iedere onvolkomenheid maakt dat een gekochte woning niet aan de overeenkomst voldoet. De koper van een bestaande woning zal, afhankelijk van de staat en de leeftijd van de woning, rekening moeten houden met de noodzaak direct werkzaamheden aan de woning te verrichten om een zeker achterstallig onderhoud weg te werken of de woning aan te passen aan de eisen van de tijd.
fishing expeditionzou zijn. Niet alleen gaf het rapport van Woningkeurgroep een duidelijke waarschuwing, maar het is bovendien een feit van algemene bekendheid – en in ieder geval een feit waarmee een woningkoper die wordt bijgestaan door een makelaar bekend moet worden geacht – dat bij houten vloeren van deze woningen het risico van aantasting door schimmel en/of zwam reëel is. [appellante] heeft in haar inleidende dagvaarding (randnummer 8) bovendien naar voren gebracht dat zij naar aanleiding van het rapport van Woningkeurgroep contact heeft opgenomen met haar eigen makelaar juist om te informeren naar schimmelvorming in de houten vloer. Zij was zich kennelijk – en terecht – van het risico bewust, maar heeft niettemin geen nader onderzoek uitgevoerd dat aan het licht had kunnen brengen of het risico reëel of al ingetreden was. Grief V stuit hierop af.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 22 november 2019;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 1] c.s. tot op heden begroot op € 760,- aan verschotten en € 1.442,- aan salaris advocaat en op € 163,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 85,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 85,-, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.