ECLI:NL:GHDHA:2020:811
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op doorbetaling prestatietoeslag na functiewijziging en beoordelingsgesprek
De werknemer trad in 2002 in dienst en ontving vanaf 2006 een variabele prestatietoeslag die afhankelijk was van bovengemiddeld functioneren. Na een beoordelingsgesprek in januari 2016 werd de toeslag stopgezet vanwege onvoldoende functioneren. Na succesvol verbetertraject werd in januari 2017 een lagere toeslag toegekend.
De werknemer verzocht vervolgens terugkeer naar een lagere functie, waarbij de toeslag werd beëindigd. Hij vorderde betaling van de toeslag van €400,- vanaf januari 2016, stellende dat het een vast loonbestanddeel was.
Het hof oordeelde dat de toeslag variabel was en afhankelijk van functioneren, zoals blijkt uit brieven van de werkgever. De werknemer mocht niet vertrouwen op een vast recht op toeslag, noch op behoud na functiewijziging. De vorderingen werden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van de prestatietoeslag vanaf januari 2016 wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.