Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- ten aanzien van overeenkomsten 9 en 10 de door [appellant] gevraagde verklaring voor recht afgegeven en Dexia veroordeeld tot betaling van € 9.724,91 (na verrekening van de door Dexia aan [appellant] uit hoofde van deze overeenkomsten betaalde bedragen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de betaaldata en buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 833,--;
- de tegenvorderingen met betrekking tot overeenkomsten 1-8 toegewezen, behoudens de gevraagde verklaring voor recht dat [appellant] niets meer van Dexia te vorderen heeft;
- het meer of anders gevorderde afgewezen, met compensatie van kosten.
- dat hij niet met [echtgenote] over de overeenkomsten had gesproken tot het moment dat zij naar aanleiding van een televisieprogramma over aandelenleaseproducten, na november 2001, aan hem de vraag had gesteld of hij ook dergelijke producten had, en dat zij op zijn bevestigende beantwoording daarvan, toen, boos en teleurgesteld reageerde;
- dat hij wel (eerder) met [echtgenote] had gesproken over sparen, om eerder te kunnen stoppen met werken, en dat zij dat OK vond als daarvoor maar niet een te groot budget werd gebruikt;
- dat hij destijds niet met [echtgenote] had gesproken over concrete uitgaven voor of ontvangsten uit de overeenkomsten, en dat hij ontvangsten uit overeenkomsten ook wel weer investeerde in nieuwe overeenkomsten;
- dat [echtgenote] nooit de enveloppen van de bankafschriften openmaakte en post voor hem apart legde;
- dat hijzelf de financiële administratie verzorgde en de digitale belastingaangiften van hemzelf en [echtgenote], en dat zij daarnaar niet keek.
- dat hij tot 2002 thuis had gewoond (het hof begrijpt: bij [appellant] en [echtgenote]);
- dat bij hen thuis zijn vader de financiën deed, ook de belastingaangiften (met de computer);
- dat zijn moeder geen interesse had in financiën;
- dat zijn vader in zijn bijzijn thuis nooit over Legio Lease had gesproken, en dat hij van zijn moeder had begrepen dat hij daarover pas met haar had gesproken toen de bom gebarsten was en dat er toen spanningen en ruzies waren.
3.Beslissing
- veroordeelt Dexia om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellant] te voldoen al hetgeen aan Dexia is betaald onder de overeenkomsten 5-10, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals omschreven in 2.27 en te verminderen met al hetgeen Dexia onder deze overeenkomsten aan [appellant] heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals omschreven in 2.31;
- verklaart voor recht ten aanzien van de overeenkomsten 1-4:
- veroordeelt Dexia in de kosten van de eerste aanleg in conventie, begroot op € 97,31 voor de dagvaarding, € 78,-- voor het griffierecht en € 2.100,-- voor het salaris van de advocaat;
- veroordeelt Dexia in de kosten van het principaal hoger beroep, begroot op € 81,-- voor de dagvaarding, € 324,-- voor het griffierecht en € 2.938,50 voor het salaris van de advocaat tot op heden, en op € 157,-- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,-- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening hiervan heeft plaatsgevonden;
- compenseert de kosten van de eerste aanleg in reconventie en van het incidenteel hoger beroep aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest wat de hierin uitgesproken veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.