Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[naam] ,
3.[Group B.V.] ,
1.Het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling in hoger beroep
Kamerstukken II, 2011/12, 33 079, nr. 3, p. 12).
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak vordert [X B.V.], een uitzendbureau voor technisch personeel, inzage in diverse bedrijfsgegevens van haar concurrent [Y c.s.] om haar schade te onderbouwen in een lopende schadestaatprocedure. De gevraagde informatie betreft onder meer jaarrekeningen, belastingaangiften, en overzichten van medewerkers en opdrachtgevers over meerdere jaren.
De voorzieningenrechter wees de vordering in eerste aanleg af, waarna [X B.V.] hoger beroep instelde. Het hof overweegt dat op grond van artikel 843a lid 1 Rv inzage kan worden gevorderd indien er een rechtmatig belang bestaat, maar dat op grond van lid 4 gewichtige redenen, zoals concurrentiegevoelige informatie, aan verstrekking in de weg kunnen staan.
Het hof stelt vast dat de gevraagde gegevens zeer concurrentiegevoelig zijn en dat [X B.V.] en [Z Technisch Uitzendbureau B.V.] rechtstreekse concurrenten zijn. Ondanks het belang van [X B.V.] bij schadevaststelling, weegt de concurrentiegevoeligheid zwaarder. Het hof wijst erop dat de omvang van de schade ook op minder bezwarende wijze kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld via een onafhankelijke deskundige in de schadestaatprocedure.
Daarom worden de vorderingen afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. [X B.V.] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot exhibitie van concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens wordt afgewezen wegens gewichtige redenen.