Uitspraak
3.Het geschil
4.Beoordeling in hoger beroep
€ 2.400,00(€ 600,00 per maand)
€ 1.500,00
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat een arbeidsconflict centraal tussen twee kokken en hun werkgever, exploitant van een Bulgaars restaurant in Den Haag. De kokken vorderen achterstallig salaris en correcte loonstroken, terwijl de werkgever betaling van voorgeschoten kosten eist. De arbeidsovereenkomsten dateren van december 2011, met discussie over de geldigheid van vermeende nieuwe overeenkomsten vanaf december 2012.
Het hof oordeelt dat de ondertekende arbeidsovereenkomsten van 2011 dwingend bewijs vormen, maar dat de werkgever bewijs moet leveren voor de stelling dat nieuwe overeenkomsten zijn gesloten. De werkgever moet tevens aantonen dat contante loonbetalingen conform loonstroken zijn voldaan, dat maaltijdvergoedingen en onbetaald verlof zijn afgesproken en dat minder gewerkte uren voor rekening van de werknemer komen.
Verder wordt vastgesteld dat de werkgever kosten voor huur, water, elektra en maaltijden in de beginperiode heeft voorgeschoten en dat terugbetaling hiervan door de werknemers moet worden bewezen. Het hof wijst een getuigenverhoor toe en houdt verdere beslissingen aan, waarbij het bewijs van de werkgever centraal staat.
Uitkomst: Het hof wijst bewijsopdrachten toe en houdt verdere beslissing aan over loonbetalingen, arbeidsovereenkomsten en terugbetaling van kosten.