Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
arrest van 12 februari 2019
V.O.F. CLASSIC COACH COMPANY,
[appellant 2] ,
[appellant 3]
[handelsnaam 2] B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- te bevelen iedere inbreuk op voormeld woordmerk en op de handelsnamen [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2] te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
- CCC.c.s te veroordelen tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en
- CCC c.s te veroordelen in de proceskosten, te begroten op de voet van art. 1019h Rv.
“Zij gebruikt daarbij de woordcombinatie [vader 2] als naam waaronder zij zich bij het publiek aandient. Want de naam [vader 2] staat duidelijk zichtbaar vermeld op de bussen waarmee zij haar diensten verleent. Het verrichten van diensten met bussen waarop [vader 2] staat, betekent dat er sprake is van duurzaam en bekend gebruik van de naam en daarmee van het drijven van een onderneming onder de handelsnaam [vader 2] ”(punt 15 inleidende dagvaarding – hierna: ID –). CCC c.s. stelt dat dat gebruik uitsluitend als handelsnaamgebruik moet worden gekwalificeerd. Nu partijen het daarover eens zijn zal het hof het verweten gebruik van de aanduiding [vader 2] in ieder geval aanmerken als (onderdeel van) handelsnaamgebruik. Of tevens sprake is van merkgebruik kan gelet op hetgeen hierna wordt overwogen in het midden blijven. Indien CCC c.s. de naam [vader 2] op dezelfde of een daarmee overeenstemmende wijze (ten minste als (een voor het totaalbeeld bepalend onderdeel van een) handelsnaam) al gebruikte ten tijde van het depot van het merk op 15 januari 2008, kan [geïntimeerde] zich op grond van artikel 2.23, lid 2, BVIE niet tegen dat gebruik verzetten en is bovendien sprake van een geldige reden, zodat (ook om die reden) een beroep op artikel 2.20, lid 1, sub d, BVIE niet kan slagen. [geïntimeerde] erkent dit uitgangspunt met dien verstande, aldus begrijpt het hof punten 82-87 MvA, dat zij stelt dat de handelsnaam daadwerkelijk moet worden gevoerd en meer dan lokaal moet worden gebruikt. Handelsnaamgebruik impliceert dat in beginsel aan de eerste eis is voldaan. De vermeende tweede eis valt niet te lezen in artikel 2.23, lid 2, BVIE, waar juist sprake is van een ouder recht van plaatselijke betekenis. Het beroep op (een beslissing over) artikel 8, lid 4, GMVo/UMV [2] kan het hof niet volgen. Dat artikel gaat over oppositie door een oudere rechthebbende tegen de inschrijving van een jonger Uniemerk en vereist, anders dan artikel 2.23, lid 2, BVIE, uitdrukkelijk een ouder recht van meer dan plaatselijke betekenis. Overigens is het hof van oordeel dat er geen goede reden is de regeling van artikel 2.23, lid 2, BVIE te
beperkentot lokale rechten.
eigen(moderne) touringcars.
- dat [geïntimeerde] erkent dat CCC in 2005 een touringcar met kenteken [kenteken 3] (een donker gekleurde bus met nr 52) heeft aangeschaft (punten 43 en 47 MvA en 30-34 pleitnota [geïntimeerde] );
- dat [geïntimeerde] niet gemotiveerd betwist dat CCC voor die bus (52) een “busgoedkeuring” heeft aangevraagd op 15 maart 2005 (productie 20 CCC c.s.) en een concessie heeft verkregen voor de periode van 19 juli 2005 tot 18 juli 2008 voor vervoer in Duitsland (productie 21 CCC c.s.);
- dat [geïntimeerde] niet gemotiveerd betwist dat CCC in 2007 een tweede touringcar met het kenteken [kenteken 4] (een witte bus met nummer 53) heeft aangeschaft;
- dat [geïntimeerde] niet gemotiveerd betwist dat CCC een concessie heeft verkregen voor busvervoer in Duitsland voor de touringcar met het kenteken [kenteken 4] voor de periode van 3 september 2007 tot 2 september 2010, welke bus blijkens bijgevoegd kentekenbewijs op 20 augustus 2007 op naam van CCC is gesteld (productie 26 CCC c.s.);
- dat uit diverse, als productie 27 door CCC c.s. overgelegde, facturen uit 2005 en 2006 blijkt dat CCC in 2005 en 2006 vervoer per (luxe) touringcar (en per (Amerikaanse) oldtimer schoolbus (nr) 51) heeft verzorgd;
- dat in een, als productie 40 (bladzijde 5) door CCC c.s. overgelegde, opdracht sprake is van vervoer van 21 t/m 28 januari 2006 met bus 52, met kenteken [kenteken 3] ;
- dat in, als productie 66 door CCC c.s. overgelegde exemplaren van het “reisblad internationaal ongeregeld vervoer en ongeregeld cabotagevervoer” (reisopdrachten) sprake is van (internationaal) personenvervoer door CCC met bussen met de kentekens [kenteken 3] (bus 52) en [kenteken 6] (bus 53) in de periode 2005 tot en met 2007;
- dat uit een opdrachtbevestiging voor vervoer op 1 juni 2007 blijkt dat de touringcar [kenteken 3] is ingehuurd door opdrachtgever DVVO (productie 35 CCC c.s.);
- dat in een interview in een huis-aan-huis blad van Diemen d.d. 21 juni 2006 als mededeling van [vader 2] jr. is opgenomen: “Wij hebben één luxe touringcar en verder vier classic coaches” (productie 28 CCC c.s.);
- dat [geïntimeerde] niet betwist dat de vergunning van CCC voor het verzorgen van vervoer na 1996 steeds in stand is gelaten (punt 17 MvG);
- dat mr. Wiegerinck als advocaat van [geïntimeerde] tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft verklaard: “
- dat Haco Lichtreclame BV – hierna: Haco – aan CCC facturen d.d. 31 januari 2006, met factuurnummer 20060032, en 10 december 2007 heeft gezonden voor folieteksten (productie 24 CCC c.s.);
- dat [directeur Haco] , directeur van Haco bij mail van 14 november 2017 aan
dat wij reeds jaren voor u folieteksten produceren waar altijd de tekst [vader 2] in voorkwam. De eerste leveringen hebben plaatsgevonden in 2006, zie onder andere factuur 20060032 die dit bevestigd, en bijvoorbeeld tekening A van project 79011 d.d. 13-11-2007.”(productie 23 CCC c.s.);
- dat in een ongedateerd “ontwerp” met de vermelding van BUS 52 is vermeld: “Zijkant: verkeersgeel (…) almere-tours.nl (…)” en “Achterkant: zilver [vader 2] ” met daaronder “www.almere-tours.nl” (productie 24 CCC c.s.);
- dat CCC c.s. foto’s heeft overgelegd van bus 52 (kenteken [kenteken 3] ) met op de zijkant de vermelding “almere-tours.nl” (met kleine letter a) in gele letters (producties 22 en 55 CCC c.s.);
- dat [medewerker Haco] van Haco aan [appellant 2] op 29 november 2007 een mail heeft gestuurd waarin is vermeld: “De foto’s van de belettering van vandaag” en “het geel is alleen wit geworden (…)”, waarbij foto’s zijn overgelegd van de donkere bus (52) met witte belettering “Almere-tours.nl” (met hoofdletter A) aan de zijkant en [vader 2] met daaronder www.almere-tours.nl op de achterkant (productie 25 CCC c.s.);
- dat in een ontwerp van Haco, gedateerd 13-11-2007 is vermeld “BUS 53”, “projectnummer 79011/mj”, “blad A” en “ [vader 2] ” met daaronder de tekst “www.almere-tours.nl” (productie 24 CCC c.s.), welke tekst gelijk is aan de tekst op bus 53, zoals afgebeeld op voormelde foto van 7 februari 2008;
- dat mr. Rijsdijk als advocaat van [geïntimeerde] tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft verklaard: “Er is gedurende een lange periode, van 1996 tot ongeveer 2006, geen sprake geweest van het gebruik van de aanduiding [merknaam] aan de zijde van gedaagden.” (punt 5 PV);
- dat mr. Wiegerinck als advocaat van [geïntimeerde] tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft verklaard: “ [geïntimeerde] betwist dat CCC tussen 1996 en 2006 nog met gewone (moderne) al dan niet ingehuurde tourigcars met daarop de aanduiding ‘ [vader 2] ’ heeft gereden” (punt 9 PV);
in het ontwerpmet een kleine letter a is geschreven terwijl op de foto’s Almere op de zijkant van
de busmet een hoofdletter A is geschreven. Als productie 22 en 55 heeft CCC c.s. foto’s overgelegd van de donkere bus 52 met een gele belettering, waarop almere-tours.nl op de zijkant met een kleine letter a is geschreven. Tijdens het pleidooi heeft CCC c.s. nader uiteengezet dat op de zijkant van deze bus 52 aanvankelijk almere-tours.nl met een kleine a in, blijkens de foto’s, gele letters was aangebracht, zoals vermeld in het ontwerp betreffende bus 52 en dat dit ontwerp dus hoort bij de eerder (in, gelet op de overgelegde factuur van 31 januari 2006, begin 2006 begrijpt het hof) aangebrachte belettering. Vervolgens is de belettering op de zijkant van de bus in november 2007 vervangen door de tekst Almere-tours.nl met een hoofdletter A in, blijkens de foto’s bij productie 25 CCC c.s., witte letters. Nu deze uitleg ook de tekst in de mail van Haco van 29 november 2007: “het geel is alleen wit geworden” verklaart en [geïntimeerde] deze uitleg niet gemotiveerd heeft betreden, gaat het hof van de juistheid daarvan uit.
Almere-Tours, zoals afgebeeld in overweging 1.12), dat beide partijen – naar het oordeel van het hof terecht – als handelsnaamgebruik kwalificeren. Nu niet gesteld of gebleken is dat er sprake is van een relevant verschil in het verweten gebruik en het gebruik vanaf 2006, dient ook laatstgenoemde gebruik van de naam [vader 2] als (onderdeel van) handelsnaamgebruik gekwalificeerd te worden, dat bovendien gelijk is te stellen met het verweten handelsnaamgebruik. Bij beide handelsnamen is de naam [vader 2] het dominante en onderscheidende bestanddeel daarvan. Zo er al een relevant verschil is tussen beide handelsnamen geldt dat de naam [vader 2] in de handelsnaam [vader 2] www.almere-tours.nl nog dominanter en onderscheidener is dan in de handelsnaam
Almere-Tours[vader 2] door de plaatsing van de naam als eerste in de combinatie en de omstandigheid dat de naam is gecombineerd met een
domeinnaam, die in het algemeen (ook) als een adres wordt gezien.
Op de vraag van de rechter of de handelsnaam door de eenmanszaak van [vader 1] is overgedragen aan [handelsnaam 1] antwoord ik dat dat niet het geval is. [handelsnaam 1] heeft zelf vanaf 1975 een recht op gebruik van de naam [merknaam] opgebouwd.”Ook de advocaat van [geïntimeerde] , mr Wiegerinck heeft tijdens die comparitie verklaard dat het handelsnaamrecht van [handelsnaam 1] in 1975 is ontstaan. Gelet op het bovenstaande gaat het hof ervan uit dat [geïntimeerde] niet voor 1975 een handelsnaam heeft gebruikt en dat eventuele oudere handelsnaamrechten van Beja Tours niet zijn overgegaan op [geïntimeerde] . Niet gesteld of gebleken is immers dat door Beja Tours aan [geïntimeerde] een [merknaam] -handelsnaam en in verbinding daarmee de onderneming, is overgedragen. Integendeel; Beja Tours is naast [geïntimeerde] blijven bestaan en heeft haar bedrijfsactiviteiten voortgezet.
maginroepen acht het hof onvoldoende om aan te nemen dat zij in deze procedure een vordering van Beja Tours BV op eigen naam op grond van lastgeving heeft ingesteld. Weliswaar verzet geen rechtsregel zich ertegen dat de eiser die een vordering in eigen naam heeft ingesteld, op enig moment in de procedure stelt dat hij die vordering in eigen naam als lasthebber van de rechthebbende geldend maakt (vergelijk HR 16 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2112), maar niet kan worden aangenomen dat daarvan in casu sprake is. Als dit anders zou zijn zou dit overigens meebrengen dat [geïntimeerde] de handelsnaamrechtelijke vordering niet meer instelt voor zichzelf en dat is kennelijk niet de bedoeling.
- dat zij haar handelsnaamgebruik voor 1978 is aangevangen;
- dat de door Amersfoort’s Bloei-entiteiten en CCC voor 1997 gebruikte oude [aanduidingen] niet kunnen worden aangemerkt als handelsnaam;
- dat CCC het gebruik van de naam [merknaam] op touringcars in de periode van 1997 tot 2008 heeft gestaakt;
Almere-Tours[vader 2] bij het publiek (bestaande uit de opdrachtgevers maar ook alle anderen waarmee de bedrijven te maken hebben) verwarring is te duchten met de handelsnamen van [geïntimeerde] , [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2] . In al die handelsnamen is immers de naam [merknaam] het onderscheidende bestanddeel, terwijl partijen dezelfde activiteiten verrichten, deels in hetzelfde gebied vanuit nabijgelegen bedrijven (Duivendrecht, Diemen en Almere). Grieven XIX en XXV falen dus (in zoverre) eveneens.
- dat de Amersfoort’s Bloei-entiteiten en CCC vanaf 1969/70 tot 1997 personenvervoer hebben verzorgd in touringcars met de oude [aanduidingen] en dat [geïntimeerde] daarvan op de hoogte was;
- dat CCC in ieder geval sedert 2001 de aanduiding [vader 2] & Zn op oldtimerbussen heeft gebruikt en dat [geïntimeerde] daarvan op de hoogte was;
- dat CCC in ieder geval sedert 2006 (weer) personenvervoer heeft verzorgd in eigen touringcars met daarop de handelsnaam [vader 2] www.almere-tours.nl (afgebeeld in rechtsoverweging 10) en vervolgens de handelsnaam
- een mail van [medewerker Connexxion 1] , “coördinator Connexxion NS” van 20 december 2006 over NS (treinvervangend) vervoer die zowel aan CCC als [geïntimeerde] is verzonden (productie 32 CCC c.s.);
- een lijst met data waarop [geïntimeerde] en CCC gelijktijdig treinvervangend vervoer (zouden) hebben uitgevoerd in opdracht van Connexxion NS en gelijktijdig geparkeerd (zouden) hebben gestaan voor treinstations (1, 8, 16 en 22 september 2007, 13 oktober 2007, 2 december 2007 en 6 april 2008), waarop tevens de ritnummers van [geïntimeerde] zijn vermeld (productie 38 CCC c.s.).
- dat partijen in ieder geval vanaf 2006 (na de verhuizing van CCC in 1996 naar Diemen en de opening van de vestiging is Almere in 2006) in dezelfde regio hetzelfde soort personenvervoer met touringcars verzorgden vanuit nabijgelegen bedrijven,
- dat niet is betwist dat de touringcars van beide bedrijven elkaar geregeld tegenkwamen in de markt en
- dat de naam [merknaam] duidelijk zichtbaar was op de bussen van CCC,
- dat [geïntimeerde] van 1977 tot 1997 heeft gedoogd dat de Amersfoort’s Bloei-entiteiten en CCC, ook in de regio Amsterdam en ten behoeve van haar klanten, touringcars gebruikten met [merknaam] -handelsnamen, waarvan de naam [merknaam] het onderscheidende, althans een voor het totaalbeeld bepalend element was;
- dat (CCC er redelijkerwijs van mocht uitgaan dat) [geïntimeerde] sedert 2007 heeft gedoogd dat CCC (weer) personenvervoer verzorgde in touringcars onder de handelsnaam [vader 2] www.almere-tours.nl/
- dat de Amersfoort’s Bloei-entiteiten en [geïntimeerde] gedurende ongeveer 20 jaar hebben samengewerkt en
- dat de oorsprong van de naam [merknaam] als (onderdeel van een) handelsnaam is gelegen bij het bedrijf van de gezamelijke grootvader van “partijen”,
Ad a.Het hof is van oordeel dat het publiek het gebruik van de aanduiding [vader 2] & Zn op de oldtimerbussen door de duidelijke plaatsing en het onderscheidende karakter zal aanmerken als (onderdeel van) handelsnaamgebruik. Het gebruikte lettertype doet daaraan niet af. Weliswaar kunnen slechts woorden of lettercombinaties dienen en beschermd worden als handelsnaam en niet figuratieve elementen, zoals een bepaalde schrijfwijze, maar dat leidt er niet toe dat een naam die is geschreven in een bepaald lettertype niet als handelsnaam kan dienen. Het hof acht de handelsnaam ook niet misleidend. Niet betwist is dat het bedrijf van VOF Amersfoort’s Bloei 1991 is voortgezet door CCC na het overlijden van [vader 2] . CCC c.s. heeft gesteld dat [moeder] en haar zoons [appellant 2] en [appellant 3] toen zijn toegetreden tot CCC. Dat dit zo is valt af te leiden uit de door [geïntimeerde] zelf als producties 6, 26, blad 1, en 27 overgelegde uittreksels uit de Kamer van Koophandel betreffende CCC. Op de dag van toetreding als vennoten van CCC (10 april 1995), is [moeder] blijkens productie 26, blad 3, uitgetreden uit Amersfoort’s Bloei 1991. Voorts blijkt daaruit dat [moeder] (pas) op 21 december 2000 als vennoot is uitgetreden uit CCC en ingeschreven als gevolmachtigde. [vader 2] & Zn heeft dus wel degelijk als combinatie een busonderneming gedreven. De stelling dat [moeder] als weduwe geen aanspraak meer had op de naam [merknaam] is niet onderbouwd en kan het hof niet volgen en wordt dan ook gepasseerd.
Ad b.Uit diverse overgelegde facturen, een offerte, een formulier betreffende vervoer tussen SBS en Bg en een verklaring van [medewerker Connexxion 2] , voormalig werknemer van Connexion tours, inhoudende dat vanaf 2001 van de “firma [vader 2] ” de Amerikaanse schoolbus werd ingehuurd voor scholierenvervoer (producties 27, 31 en 40 (bladzijde 4) CCC c.s.), valt af te leiden dat de Amerikaanse schoolbus (nr 51) ook is gebruikt en aangeboden voor ander personenvervoer dan vervoer voor bruiloften en partijen. Nu [geïntimeerde] deze producties onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, gaat het hof ervan uit dat met deze oldtimerbus wel direct concurrerende activiteiten werden verricht.