Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 3 april 2018
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
vereniging met volledige rechtsbevoegdheidOrde van Registeradviseurs Nederland,
appellante,
nader te noemen: OvRAN,
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën),
hierna te noemen: de Staat,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
De feiten
(1.1) OvRAN is een door accountants opgerichte beroepsvereniging. Zij houdt zich blijkens haar statuten bezig met het bevorderen van een goede beroepsuitoefening door adviseurs en/of accountants en daarnaast beoogt zij een platform te vormen voor specialisten in een bepaald advies- en/of accountancyvakgebied. OvRAN vertegenwoordigt accountants, administratieconsulenten bij kleinere organisaties en (financieel) adviseurs, werkzaam in het bedrijfsleven of de overheid. OvRAN is voortgekomen uit een fusie tussen haar voorlopers de Stichting Wakkere Accountant en de Werkgroep Minnelijk Overleg.
(1.2) De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) is een bij Wet op het accountantsberoep (Wab) ingestelde beroepsvereniging en is een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 Grondwet Pro. De NBA is belast met het bevorderen van de goede beroepsuitoefening van haar leden, de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van accountants, het zorgdragen voor de eer van de stand van de accountants en het zorgdragen voor de praktijkopleiding van accountants. Blijkens artikel 19 lid Pro 2, aanhef en onder a van de Wab moet de ledenvergadering van de NBA een verordening vaststellen met betrekking tot gedrags- en beroepsregels ten behoeve van de goede uitoefening van de werkzaamheden van accountants. De Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGA) geeft hier invulling aan. De NBA is op 1 januari 2013 ontstaan uit een fusie tussen het Nederlands Instituut voor Registeraccountants (NIVRA, de bij wet ingestelde beroepsvereniging voor registeraccountants) en de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOVAA, de bij wet ingestelde beroepsvereniging voor accountants-administratieconsulenten).
(1.3) In de Wab is het lidmaatschap van de NBA verplicht gesteld voor diegenen die zich in het accountantsregister willen inschrijven. Zonder de inschrijving in het accountantsregister mag de accountantstitel Registeraccountant (RA) of Accountant-Administratieconsulent (AA), dan wel de benaming accountant, niet worden gevoerd.
(1.4) OvRAN en haar voorlopers zijn opgericht wegens bij een aantal leden van de NBA (en haar voorlopers) heersende onvrede over – kort gezegd – de gang van zaken met betrekking tot de totstandkoming van regelgeving binnen de (voorlopers van de) NBA. Vanaf 2006 hebben OvRAN en haar voorlopers zowel bij de bestuursrechter als de (civiele) voorzieningenrechter geprocedeerd tegen het NIVRA in verband met deze onvrede. In die procedures is onder meer aangevoerd dat het verplichte lidmaatschap van de beroepsvereniging in strijd is met artikel 11 van Pro het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dat standpunt is in die procedures niet gevolgd.
(1.5) Bij arrest van 20 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2910) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de NBA geen vereniging is als bedoeld in artikel 11 EVRM Pro en dat het bij wet verplicht gestelde lidmaatschap van de NBA voor accountants die in het accountantsregister zijn ingeschreven niet in strijd is met artikel 11 EVRM Pro.
Relevante regelgeving
De vorderingen van OvRAN in eerste aanleg, de grondslag daarvan en de beslissingen van de rechtbank
- dat bepalingen in de Wab die het lidmaatschap van de NBA dwingend voorschrijven onverbindend zijn wegens strijd met verdragsrecht, te weten artikel 11 EVRM Pro en artikel 1 Eerste Pro Protocol bij het EVRM (artikel 1 EP Pro), en wegens strijd met artikel 6 Mededingingswet Pro (Mw), en
- dat de Staat onrechtmatig handelt jegens OvRAN door de betreffende bepalingen in de Wab te handhaven.
Daarnaast heeft OvRAN nog diverse bevelen aan de Staat gevorderd, op straffe van een dwangsom.
(i) De NBA is geen vereniging in de zin van artikel 11 EVRM Pro, maar een publiekrechtelijke organisatie, zodat dit artikel toepassing mist. Zie ook het arrest van de HR van 20 december 2016 en de conclusie van de Advocaat-Generaal daarbij [hof: zie verwijzing in rechtsoverweging 1.5 van dit arrest].
(ii) Voor het stellen van prejudiciële vragen aan de HR wordt geen aanleiding gezien.
(iii) Zo het mogen voeren van de titel RA en AA als eigendom is aan te merken, is in dit geval geen sprake van ontneming van eigendom maar van regulering ervan; daarbij is geen sprake van een schending van artikel 1 EP Pro.
(iv) Van schending van artikel 14 EVRM Pro is evenmin sprake.
(v) De Staat handelt in dit geval niet als onderneming op de Nederlandse markt, zodat reeds hierom geen sprake kan zijn van schending van artikel 6 Mw Pro. Eventuele verstoring van de mededingingsregels door (leden van) de NBA, kan niet aan de Staat worden toegerekend.
De vorderingen van OvRAN in hoger beroep
• te verklaren voor recht dat de bepalingen van de Wab, voor zover die het lidmaatschap van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants dwingend voorschrijven, onverbindend zijn wegens strijd met de Europese wetgeving in bijzonder in strijd met de artikelen 9, 10, 11, 12 en 14 EVRM, artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (EP) EVRM en artikel 6 Mw Pro en de Nederlandse Staat derhalve onrechtmatig jegens appellante handelt door genoemde bepalingen van de Wab te handhaven in strijd met voornoemde Europese regelgeving en de Mw;
• de Staat te bevelen om binnen één maand na datum vonnis een voorstel te doen aan de Tweede Kamer om deze onrechtmatige, althans onverbindende Wab-bepalingen in overeenstemming te brengen met voornoemde Europese regelgeving en de Mededingingswet door artikel 2 lid 3 van Pro de Wab te vervangen door de volgende bepaling:
“Accountants zijn geen lid van de beroepsorganisatie, tenzij de accountant een wens tot lidmaatschap schriftelijk aan het bestuur kenbaar heeft gemaakt. Op iedere accountant is IFAC’s internationale regelgeving voor accountants van toepassing. Daarnaast is op hem uitsluitend van toepassing de eigen regelgeving van de publiek- of privaatrechtelijke beroepsorganisatie voor accountants, waarvan hij lid is”, zulks op straffe van een dwangsom van € 100.000 per dag door de Staat te verbeuren aan OvRAN, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de Staat in gebreke is gebleven aan het te geven bevel te voldoen;
• De Staat te bevelen binnen één week na datum arrest overeenkomstig artikel 6:167 BW Pro in tenminste drie landelijke bladen te openbaren dat de Wab jarenlang strijdig is geweest met voornoemde Europese regelgeving en art. 6 Mw Pro en dat de rechter heeft bevolen om binnen één maand na publicatie vonnis deze strijdigheid via een wetsvoorstel op te heffen op straffe van een aan OvRAN te verbeuren dwangsom van € 100.000 per dag voor iedere dag dat in gebreke is gebleven binnen één maand na publicatie vonnis;
• alles met veroordeling van de Staat in de kosten in eerste instantie en het hoger beroep, de nakosten daaronder begrepen.
De grieven
Verdere beoordeling in hoger beroepAchtergrond geschil
Schending van artikel 11 EVRM Pro (vrijheid van vereniging)? De grieven 1 tot en met 6
Le Compte, Van Leuven en De Meyere v. België, nr. 6878/75, EHRM 29 april 1999,
Chassagnou v. Frankrijk, nr. 25088/94, EHRM 20 januari 2011,
Hermann v. Duitsland, nr. 9300/07 en het recente arrest EHRM 03 december 2015, 29389/11
Mytilinaios en Kostakis v. Griekenland, 29389/11, waarbij de toepasselijke criteria zijn herhaald).
Schending van de artikelen 9 (vrijheid van gedachte en geweten) en 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting)? Grief 7
Schending van artikel 1 EP Pro EVRM? Grief 8
reguleringervan overeenkomstig de vereisten van dit artikel en niet van ontneming. Het door OvRAN aangehaalde arrest
Marle e.a. v. Nederland(EHRM 26 juni 1988, nrs 85437/79, 8674/79, 8685/79) doet daaraan niet af. Uit dat arrest kan niet worden afgeleid dat het recht op het voeren van de titel AA of RA een eigendomsrecht is dat al bestaat vóór inschrijving in het register. De Staat heeft er daarnaast terecht op gewezen dat het voor iedere aanstaande accountant voorzienbaar is dat inschrijving in het accountantsregister vereist is om de titel te mogen voeren; OvRAN heeft het tegendeel ook niet gesteld, laat staan onderbouwd.
Schending van artikel 14 EVRM Pro? Grief 9
Schending artikel 12 EVRM Pro?
Schending artikel 6 Mw Pro? Grieven 10 en 11
Noodzaak tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU (HvJ)? Grief 12
Slotsom
Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;
- veroordeelt OvRAN in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 716,-- aan verschotten en € 2.682,-- aan salaris advocaat, en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
J.H. Gerards en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.