Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
(...)"
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld wegens het voeren van de titel accountant zonder inschrijving in het NBA-accountantsregister, wat volgens art. 41 lid 2 WAB Pro verboden is. Hij stelde dat deze bepaling in strijd is met art. 11 EVRM Pro, omdat het een ongeoorloofde verenigingsdwang inhoudt.
Het hof oordeelde dat de NBA geen vereniging is in de zin van art. 11 EVRM Pro, maar een publiekrechtelijke beroepsorganisatie met wettelijke regelgevende en toezichthoudende bevoegdheden, gericht op het algemeen belang. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af.
De Hoge Raad benadrukt dat het verplichte lidmaatschap voortvloeit uit de wet en noodzakelijk is voor het waarborgen van de kwaliteit en onafhankelijkheid van accountants. De vrijheid van vereniging zoals bedoeld in art. 11 EVRM Pro is niet van toepassing op publiekrechtelijke organisaties zoals de NBA.
Het arrest bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de wettelijke regeling die het voeren van de titel accountant zonder inschrijving verbiedt en onderstreept het belang van publiekrechtelijke structuren voor het toezicht op de beroepsuitoefening.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd; het voeren van de titel accountant zonder inschrijving is strafbaar.