Uitspraak
uitspraak van 25 september 2018
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur,
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
€ 4.400,00
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende exploiteerde een growshop en werd in 2012 door politie en Belastingdienst onderzocht waarbij hennep en contant geld werden aangetroffen. De Inspecteur stelde navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2010 vast, inclusief een vergrijpboete wegens het niet doen van de vereiste aangifte van inkomsten uit hennephandel.
De Rechtbank verklaarde de beroepen tegen de aanslagen ongegrond en matigde de boete. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof behandelde het hoger beroep en wees verzoeken tot aanhouding van de mondelinge behandeling en getuigenverhoor af, omdat belanghebbende geen poging had gedaan getuigen mee te brengen of schriftelijk bewijs te leveren.
Het Hof bevestigde dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan, dat de Inspecteur een redelijke schatting had gemaakt en dat belanghebbende onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Ook was sprake van (voorwaardelijk) opzet waardoor de vergrijpboete terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en vergrijpboete worden bevestigd.