Uitspraak
De huidige stand van zaken:
- Door een letsel, ten gevolge van een ongeval, dat hij buiten het werk heeft opgelopen
- Door werkgerelateerde factoren. Uw medewerker geeft aan, dat hij door werkgerelateerde problemen overbelast is geworden en hij daardoor klachten heeft gekregen en de controle over zijn functioneren heeft verloren. (…)
De huidige stand van zaken m.b.t. het verzuimprobleem:
Aanleiding onderzoek
3.ARBEIDSKUNDIGE OORDEELSVORMING
4.CONCLUSIE
Aanleiding onderzoek
3.ARBEIDSDESKUNDIGE OORDEELSVORMING
4.CONCLUSIE
op mijn kantoor, als uw cliënte eerst het achterstallige loon en de reiskostenvergoedingen (conform bijgaande brief) voldoet, alsmede voor de afwikkeling een schriftelijk voorstel doet. Indien aan die voorwaarden worden voldaan, zouden cliënt, zijn echtgenote en ik zelf vrijdag a.s. beschikbaar zijn voor een overleg.”
Op verzoek ondergetekende om dit in haar beoordeling te betrekken gaf de verzekeringsarts ten aanzien van het arbeidsconflict aan dat is op te merken dat het onduidelijk is waarom werknemer niet is verschenen op het verzoek tot overleg hierover. In medisch opzicht zijn hiervoor geen belemmerende argumenten aan te geven stelt zij.’ Op pagina 6 van de rapportage staat, voor zover van belang, het volgende: ‘
Vanaf medio mei jl heeft de mediator getracht om tot een afspraak voor een mediation gesprek te komen wat niet gelukte omdat werknemer te kennen gaf zich hiertoe niet in staat te achten. Desgevraagd gaf de verzekeringsarts aan dat er in medisch opzicht geen belemmerende argumenten zijn waarom werknemer niet aan mediation zou kunnen deelnemen. Hiermee sluit zij zich aan bij de visie van de bedrijfsarts ter zake. WVP schrijft voor dat werkgever zo nodig maatregelen moet inzetten om de re-integratie vlot te trekken. Hiermee heeft werkgever conform WVP gehandeld.’
Kamerstukken II2013/14, 33 818, nr. 3 (MvT), p. 99). Naar het oordeel van het hof mocht, gelet op het bestaande arbeidsconflict tussen partijen en het advies van de bedrijfsarts, redelijkerwijs op zijn minst van [verweerder] verwacht worden dat hij met Novum in gesprek zou gaan over mediation. De vraag of hij vervolgens ook gehouden zou zijn om aan mediation zijn medewerking te verlenen laat het hof daarom rusten. Novum heeft [verweerder] vanaf mei 2016 diverse keren uitgenodigd voor een gesprek over mediation. Aan deze uitnodigingen is door [verweerder] geen gehoor gegeven, als gevolg waarvan de re-integratie en het opstellen van het plan van aanpak zijn gestagneerd. Dit geldt ook voor de periode na 1 september 2016, toen het loon van [verweerder] was stopgezet in verband met het niet-meewerken aan gesprekken over mediation. Uit de overgelegde stukken is het hof niet gebleken dat [verweerder] een gegronde reden had om dit te weigeren. [verweerder] voert weliswaar aan dat hij vanwege zijn burn-outklachten niet in staat was een gesprek te voeren, maar dit standpunt wordt in geen enkele medische verklaring bevestigd, ook niet in de verklaring van de behandelend psycholoog van [verweerder] van 4 januari 2017.
(…) De ingeschakelde mediator heeft langere tijd getracht uw cliënte te bewegen om mee te werken aan mediation, maar uw cliënte heeft dit geweigerd. Langere tijd heeft ook cliënte geprobeerd om de mediation te doen starten. Ook dit heeft niet geleid tot een andere opstelling van uw cliënte. Door mij is aan u/uw collega nog eens expliciet aangeven dat er geen beperkingen/voorwaarden werden gesteld aan de mediation en dat zijn re-integratie onderdeel van de mediation zou uitmaken. Ik herhaal dit aanbod hier nogmaals.
(…)” Uit deze e-mail kan worden afgeleid dat door Novum geen voorwaarden aan de mediation werden gesteld, dat dit ook duidelijk aan (de gemachtigde van) [verweerder] is gecommuniceerd en dat Novum de re-integratie van [verweerder] in de mediation wilde betrekken. Uit de overgelegde correspondentie met de [door Novum voorgestelde mediator] blijkt naar het oordeel van het hof evenmin dat door Novum vooraf voorwaarden aan de mediation werden gesteld of dat mediation slechts gericht zou zijn op beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
ten aanzien van de toekenning van een vergoeding’. Het hof leidt hieruit af dat het niet gehouden is (ook) lid 8 van artikel 7:671b aanhef en onder a BW toe te passen, althans niet in de situatie (zoals hier), dat de datum waartegen ontbinding door de kantonrechter had kunnen plaatsvinden, reeds is verstreken. Het hof zal de einddatum bepalen op 1 februari 2018.
ernstigverwijtbaar handelen. Daartoe is redengevend dat ook Novum steken heeft laten vallen in het re-integratietraject. Uit het deskundigenoordeel van 11 oktober 2016 volgt dat Novum het advies van de bedrijfsarts om na de ziekmelding met elkaar in gesprek te gaan te laat heeft opgevolgd en dat het plan van aanpak eveneens te laat (ruim zes maanden na de eerste ziektedag) is opgesteld. Novum heeft bovendien tijdens de ziekte van [verweerder] het UWV toestemming verzocht voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen, terwijl toen sprake was van een opzegverbod tijdens ziekte. Ook heeft Novum ten onrechte per 1 juni 2016 het loon van [verweerder] verlaagd naar 70% van het maximum dagloon, zoals hiervoor is geoordeeld. Dat door de trage start van het re-integratietraject, de onterechte loonsverlaging en de ontslagaanvraag tijdens ziekte sprake was van het nodige wantrouwen van [verweerder] ten aanzien van de bedoelingen van Novum, acht het hof tot op zekere hoogte begrijpelijk. Dit neemt niet weg dat van [verweerder] meer bereidheid mocht worden verwacht ten aanzien van de mediation, zeker nadat het UWV had geoordeeld dat [verweerder] ten onrechte had geweigerd mee te werken en door Novum een loonstop was toegepast. Het handelen van [verweerder] is in de gegeven omstandigheden, in het licht van de rol die Novum zelf heeft gespeeld, zoals hiervoor is overwogen, echter niet zodanig dat van ernstig verwijtbaar handelen kan worden gesproken.
Kamerstukken II2013/14, 33 818, nr. 3, p. 34).
ernstigveronachtzamen van de re-integratieverplichtingen. De Geschillencommissie Arbodiensten heeft op 9 augustus 2017 (productie 48 bij het verweerschrift in hoger beroep) de klachten van [verweerder] over de klachtafhandeling door de bedrijfsarts en het zonder toestemming van [verweerder] verzenden van documenten aan het UWV gegrond verklaard. Hoewel het proces rondom verzuimbegeleiding en de klachtbehandeling niet geheel naar behoren is verlopen, blijkt uit de uitspraak van Geschillencommissie Arbodiensten dat de door Novum ingeschakelde bedrijfsarts slechts op ondergeschikte punten niet adequaat heeft gehandeld. Van de situatie dat Novum niet voldragen ontslaggronden heeft aangevoerd om uiteindelijk een onwerkbare situatie te creëren om aan haar re-integratieverplichtingen te ontkomen, is naar het oordeel van het hof geen sprake geweest. Immers, er is sprake van een voldragen e-grond. Novum heeft herhaaldelijk aangedrongen op mediation, om de re-integratie verder van de grond te krijgen. Dat dit niet is gelukt, omdat [verweerder] heeft geweigerd het gesprek over de mediation aan te gaan, kan Novum niet worden tegenworpen.
voor [verweerder]beschikt. Grief 6 in het incidenteel appel slaagt derhalve niet.
- bepaalt dat de arbeidsovereenkomst tussen Novum en [verweerder] eindigt met ingang van 1 februari 2018;
- veroordeelt Novum aan [verweerder] de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW Pro te betalen ter hoogte van € 27.225,- bruto;
- wijst af het door Novum meer of anders verzochte;