Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 19 december 2017
[naam 1] GERECHTSDEURWAARDERS AMSTERDAM B.V.handelende onder de naam
[naam 2], gevestigd te Amsterdam, en
[naam 3] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Heerenveen,
[naam 4] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Apeldoorn, en
[naam 5] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Rotterdam,
[naam 4] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Apeldoorn, en
[naam 6] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Appingedam,
[naam 7] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Bergen op Zoom, en
[naam 5] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Rotterdam,
[naam 8] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Den Haag, en
[naam 5] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Rotterdam,
[naam 10] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Driebergen, en
[naam 5] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Rotterdam,
[naam 11] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Maastricht, en
[naam 9] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Dordrecht,
[naam 12] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Tilburg, en
[naam 9] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Dordrecht,
[naam 1] GERECHTSDEURWAARDERS VENRAY B.V., handelende onder de naam
[naam 13], gevestigd te Venray, en
[naam 9] GERECHTSDEURWAARDERS B.V., gevestigd te Dordrecht,
SYNCASSO AMSTERDAM B.V.,
SYNCASSO GERECHTSDEURWAARDERS B.V.,
SYNCASSO ROTTERDAM B.V.,
SYNCASSO LEEUWARDEN B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Aangeboden werkwijze en onderbouwing
Aangeboden werkwijze en onderbouwing
Het beoordelingsteam heeft alle in het beschrijvend document genoemde (sub)elementen bij de beoordeling betrokken;
De voorbeelden die bij de beoordelingsresultaten worden genoemd dienen ter illustratie van het desbetreffende punt en zijn derhalve niet limitatief;
De manier waarop de scores zijn berekend, is niet herhaald in de bijlage. Hiervoor wordt verwezen naar het beschrijvend document, waarin de wijze van berekenen in detail is beschreven.
De eindscore van de Inschrijver;
Een toelichting op de score voor Gunningscriterium 1;
Een toelichting op de score voor Gunningscriterium 2;
De winnaars op de voor de Inschrijver relevante Percelen.
De inschrijver hanteert een digitale wijze van toetsing op de verhaalbaarheid en geeft duidelijk aan dat persoonlijk contact van belang is voor het herkennen van niet-kunners. Een goed voorbeeld hiervan is de inzet van een gespecialiseerde incassomedewerker voorafgaand aan executiehandelingen. Dit kan bijdragen aan snelle en betrouwbare herkenning van niet-kunners.
De inschrijver toetst de verhaalbaarheid op verschillende momenten tijdens de behandeling van de opdracht.
Automatische screening van debiteuren vindt plaats na het ontvangen van de opdracht. Een automatiseringssysteem koppelt dossiers aan elkaar. Dit kan bijdragen aan snelle en betrouwbare herkenning van verhaalbaarheid.
Indien de inschrijver tijdens betekening een niet-kunner herkent, kan hij er dan nog voor kiezen om niet te betekenen. Hiermee kan onnodige schuldoploop worden voorkomen.
De criteria/kenmerken voor verhaalbaarheid worden duidelijk beschreven.
De onderbouwing is relevant en wordt mede aan de hand van best practices gedaan.
De inschrijver beschikt over een veelheid van relevante en betrouwbare data en heeft ervaring met soortgelijke opdrachten, wat bij kan dragen aan snelle en betrouwbare herkenning van verhaalbaarheid.
De inschrijver geeft aan dat persoonlijk contact met de debiteur aantoonbaar maakt dat het aantal ambtshandelingen in de afgelopen drie jaar met 10% is gedaald, terwijl het aantal opdrachten van de inschrijver met 25% is gestegen. Hierbij is het incassoresultaat gelijk gebleven (70%).
Door een goede informatiepositie kan de inschrijver in l2% van de gevallen snel een niet-kunner identificeren, waardoor onnodige kosten worden voorkomen.
De inschrijver onderbouwt onderdelen van de werkwijze met persoonlijk contact, bijvoorbeeld door aan te geven dat medewerkers voortdurend worden getraind in de herkenning van debiteuren met problematische schulden.
De inschrijver onderbouwt dat de werkwijze met VISH, door een proactieve samenwerking met onder ander gemeenten, bij kan dragen aan snelle en betrouwbare herkenning.
Hoewel de werkwijze concreet genoeg is om tot een voldoende te komen, gaat de inschrijver minder duidelijk en concreet in op de werkwijze voor een snelle herkenning van debiteuren die geen verhaal (meer) bieden door bijvoorbeeld geen doorlooptijden van de te volgen stappen te noemen.
Het onderdeel de mogelijkheden voor de debiteur om aan te tonen een niet-kunner te zijn is summier uitgewerkt en is daardoor minder duidelijk en concreet.
De werkwijze is niet altijd concreet beschreven. Er staat bijvoorbeeld in de inschrijving: “stelt al het mogelijke in het werk om [...] in contact te komen” of de gerechtsdeurwaarder beoordeelt op basis van de aan de deur verkregen informatie”.
De inschrijver beschrijft tweemaal een moment van persoonlijk contact met debiteur. De stelling van de inschrijver dat “persoonlijk contact van wezenlijk belang is voor het bepalen van de verhaalbaarheid”, wordt hiermee niet voldoende onderbouwd. De onderbouwing is daarmee niet consistent met de werkwijze op dit onderdeel.
De onderbouwing is niet verrijkt met onafhankelijke onderzoeken.
De onderbouwing had duidelijker gekund door een referentiekader voor de cijfermatige onderbouwing toe te voegen, in zoverre dat het duidelijker gemaakt had kunnen worden hoe de door de inschrijver genoemde cijfers die relevant zijn voor snelle en betrouwbare herkenning zich verhouden tot vergelijkbare cijfers in de regio en of dit goed of minder goed is, bijvoorbeeld het is onduidelijk of de genoemde 12% een hoog of laag percentage is.
Toelichting op de score voor Gunningscriterium 2
De omschrijving van de werkwijze behandelt voldoende alle gevraagde onderwerpen.
De volgorde van de handelingen is voldoende concreet en duidelijk uitgewerkt.
Een aantal onderdelen van de werkwijze is beperkt beschreven en minder concreet voor de doelgroep van G2, bijvoorbeeld de persoonsgerichte handelingen op basis van debiteurprofielen.
De onderbouwing verwijst naar onderdelen van de werkwijze, maar is daarin minder specifiek en gepresenteerde cijfers uit intern onderzoek zijn ten dele lastig te duiden.
Het aangehaalde benchmarkonderzoek is niet concreet uitgewerkt.
Score: 6,8 (dit cijfer is niet afgerond)
Grief 1is gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat artikel 2.130 Aw niet (formeel) van toepassing is en dat onder de verplichting van de Staat om [appellanten] te informeren over alle relevante redenen van de gunningsbeslissing in ieder geval dient te worden verstaan de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving. [appellanten] voeren aan dat dit criterium te beperkt is. De relevante redenen omvatten in ieder geval de kenmerken en de
relatievevoordelen van de uitgekozen inschrijving. [appellanten] betogen voorts dat zij in staat moeten worden gesteld om te controleren of de scores die de Staat aan de uitgekozen inschrijvingen heeft gegeven, correct zijn.
Grief 2komt op tegen rechtsoverweging 5.3 van het bestreden vonnis en sluit bij het bovenstaande aan.
Grief 3is gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter met betrekking tot de motivering van de gunningsbeslissingen ten aanzien van gunningscriterium G2 terwijl [appellanten] met
grief 4aanvoeren dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat van motiveringsgebreken geen sprake is.
Grief 5richt zich tegen het juridisch kader dat de voorzieningenrechter heeft aangelegd bij de beoordeling van de vordering tot herbeoordeling. [appellanten] voeren aan dat de overweging ten onrechte is gericht op een “volle toetsing” aangezien [appellanten] geen volle toetsing hebben gevorderd. In
grief 6voeren [appellanten] aan dat de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 5.11 een onjuist criterium heeft aangelegd ten aanzien van de mogelijkheid een hogere score te verkrijgen. De
grieven 7 en 8komen respectievelijk op tegen de verwerping van de standpunten van [appellanten] ten aanzien van hun scores op G1 en G2, terwijl de
grieven 9 en 10zijn gericht tegen de afwijzing van de vordering en de veroordeling in de proceskosten.
formeelniet van toepassing is. Dit laat onverlet dat, zoals de voorzieningenrechter ook heeft overwogen, op de aanbestedende dienst de verplichting rust een gunningsbeslissing afdoende te motiveren. De aan de inschrijvers op grond van de rechtsbeschermingsrichtlijn toekomende effectieve rechtsbescherming vereist immers dat de gunningsbeslissing transparant gemotiveerd wordt opdat de inschrijver alle relevante informatie ontvangt om te kunnen beoordelen of een in te stellen beroep doeltreffend kan zijn.
de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede van de
de kenmerken en relatieve voordelen van de geselecteerde inschrijver.”
“De aanbestedende dienst dient bij de gunningsbeslissing mee te delen om welke redenen een bepaalde ondernemer gekozen is en om welke redenen de overige ondernemers niet gekozen zijn. Evenals in de Wira is er in dit wetsvoorstel voor gekozen om met betrekking tot de motivering niet te volstaan met een samenvatting van de relevante redenen, maar alle relevante redenen op te nemen. In het tweede lid is omschreven, op basis van artikel 41, tweede lid, van richtlijn nr. 2004/18/EG wat in ieder geval verstaan wordt onder relevante redenen.“
formeelniet van toepassing is, op de aanbestedende dienst de verplichting rust de gunningsbeslissing transparant te motiveren. De inhoud van die motiveringsverplichting hangt af van de omstandigheden van het geval, maar het bepaalde in artikel 2.130 lid 2 Aw, brengt, hoewel formeel niet van toepassing, mee dat de gunningsbeslissing (mede) de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving moet omvatten. De voorzieningenrechter is, hoewel hij het woord “relatief” niet heeft gebruikt, blijkens de motivering van zijn beslissing niet van een ander uitgangspunt uitgegaan.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 26 juli 2017;
- wijst het in hoger beroep door [appellanten] meer of anders gevorderde af;
- wijst het in hoger beroep door Syncasso c.s. meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt Syncasso c.s. voor wat betreft de door hen ingestelde vordering tegen de Staat in de kosten van de Staat, die worden begroot op nihil;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, het incident daaronder begrepen, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 716,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, het incident daaronder begrepen, aan de zijde van de Syncasso c.s. tot op heden begroot op € 716,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- wijst het in hoger beroep door de Staat meer of anders gevorderde af;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de ten gunste van Syncasso c.s. uitgesproken kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.