Belanghebbende had een Cadillac CTS, een voormalige demonstratieauto, gekocht en deze op 6 november 2015 in Nederland geregistreerd. Hoewel de tellerstand tussen 225 en 342 kilometer lag en de auto in goede staat was zonder zichtbare gebruikssporen, stelde de Inspecteur dat het een nieuwe auto betrof waarvoor BPM moest worden nageheven.
De rechtbank oordeelde dat de auto als nieuw moest worden beschouwd omdat er geen bewijs was dat de auto eerder was toegelaten tot het wegverkeer en dat belanghebbende niet aan de bewijslast voldeed om het tegendeel aan te tonen. De opgelegde verzuimboete werd vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld, omdat belanghebbende een taxatierapport had laten opstellen.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de rechtbank dat de auto als nieuwe personenauto moet worden aangemerkt voor de BPM-heffing. Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard. Het Hof oordeelde tevens dat de belastingrente correct was berekend en wees proceskostenveroordeling af.