ECLI:NL:GHDHA:2017:1450
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing schadevergoeding en hogere proceskosten
Belanghebbenden zijn gezamenlijk eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning in Lansingerland. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2015 vast op €372.000, later verlaagd naar €355.000, waarna de rechtbank de waarde verder verlaagde naar €343.000. Belanghebbenden stelden hoger beroep in tegen deze waarde, de proceskosten en het afwijzen van hun schadevergoedingsverzoek.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar met een gedegen taxatierapport en vergelijkingsmethode voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde van €343.000 niet te hoog is. Hierbij is rekening gehouden met vergelijkbare woningen, de ligging, bouwjaar, inhoud en waardedrukkende factoren zoals vochtoverlast. De door belanghebbenden aangevoerde argumenten over een te kleine inhoud, afwijkende m2/m3-verhouding en gebruik van oude verkoopcijfers worden verworpen.
Ook de proceskostenveroordeling van de heffingsambtenaar door de rechtbank wordt door het hof bevestigd, waarbij het bedrag als passend wordt beschouwd. Het verzoek tot vergoeding van door belanghebbenden geleden schade wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €343.000 bevestigd.