ECLI:NL:GHDHA:2017:1343
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en vorderde een proceskostenvergoeding. De Rechtbank had de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens schending van de hoorplicht en verwezen naar de heffingsambtenaar voor een nieuwe beslissing. In hoger beroep heeft het Hof de zaak inhoudelijk behandeld, waarbij de heffingsambtenaar zijn incidenteel hoger beroep introk.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door een taxatierapport met vergelijkingsobjecten en een matrix. De door belanghebbende aangevoerde onderhoudsgebreken en agrarische bestemming van een deel van de grond waren onvoldoende onderbouwd om de waarde te verlagen.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding stelde het Hof vast dat de rechtsbijstand werd verleend door de echtgenoot van belanghebbende, die tot hetzelfde huishouden behoort, zodat geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand. Daarom wees het Hof de proceskostenvergoeding af.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd behoudens de beslissing omtrent het griffierecht.