De verdachte uitte zich tussen september 2013 en april 2015 meerdere malen op social media met berichten die opruiend waren en aanzetten tot haat en discriminatie. Het hof achtte bewezen dat hij opriep tot strafbare feiten tegen afvalligen en ex-moslims en aanzette tot discriminatie van homoseksuelen.
De uitlatingen betroffen onder meer teksten waarin werd opgeroepen tot bestraffing en lijden van afvalligen en het uitvoeren van jihad in het westen, alsmede kwetsende en discriminerende opmerkingen over homoseksualiteit. De verdachte beriep zich op vrijheid van godsdienst en meningsuiting, maar het hof oordeelde dat deze rechten niet onbegrensd zijn en dat de uitlatingen de grenzen van het toelaatbare overschreden.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis bij niet-naleving. De verdachte werd vrijgesproken van een deel van de tenlastelegging, waaronder een uitlating die als grap werd bedoeld.
De strafmotivering benadrukte de ernst van de feiten, het dwingende karakter van de uitlatingen, en het gevaar dat dergelijke uitingen vormen voor de democratische samenleving. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn gedeeltelijke afstand van de uitlatingen.