Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 4 oktober 2016
[naam],
Woningbouwvereniging Hoek van Holland,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
als gevolg van een renovatie niet bewoond kan worden(MvT, Kamerstukken II, 2007-2008, 31 528, nr. 3, p. 4.)
eerste griefen voert aan dat het toilet buiten gebruik is geweest en dat de keuken is gedemonteerd om de ramen en kozijnen te kunnen vervangen. Met inachtneming daarvan concludeert het hof dat aan de
binnenzijdevan de woning de volgende werkzaamheden zijn verricht:
tweede griefheeft betrekking op de gezondheidsproblemen van [appellante]. [appellante] voert aan dat in ieder geval haar gezondheidsproblemen een verhuizing in de gegeven omstandigheden noodzakelijk maakten. Zij betoogt in dit verband dat HvH een luchtzuiveringsapparaat ter beschikking heeft gesteld en vervolgens een vakantiewoning, waaruit moet worden afgeleid dat ook HvH van mening was dat een verhuizing door de gezondheidsproblemen noodzakelijk was. HvH betwist de stellingen van [appellante] en voert aan dat zij uit coulance een luchtzuiveringsapparaat ter beschikking heeft gesteld en dat de vakantiewoning is aangeboden al voordat de werkzaamheden aan de woning van [appellante] waren aangevangen.
derde grief, die in algemene bewoordingen dat oordeel aanvalt, faalt daarom. Een bewijsaanbod ontbreekt, zodat de conclusie moet zijn dat alle tegen dat oordeel van de kantonrechter gerichte grieven, ook het oordeel neergelegd in 5.4 van het bestreden vonnis, falen.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 1 mei 2015;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van HvH tot op heden begroot op € 711,- aan verschotten en € 1.264,- aan salaris advocaat.