ECLI:NL:GHDHA:2016:2674
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.N. Labohm
- L.F.A. Husson
- B. Breederveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met buitenlandse investeringen
Partijen zijn op 17 mei 2000 gehuwd en later gescheiden. In eerste aanleg werd het verzoek van de vrouw tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap afgewezen. De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat zij recht heeft op een bedrag van €570.000, bestaande uit een schadevergoeding die zij ontving na een auto-ongeluk veroorzaakt door de man in 2007.
Het hof bevestigde dat het Marokkaanse recht van toepassing was op de eerste tien jaren van het huwelijk en daarna het Nederlandse recht. De schadevergoeding behoort tot het privévermogen van de vrouw, maar de huwelijksgemeenschap is hierna gebaat geweest met dit bedrag, waardoor een vergoedingsrecht van €570.000 is ontstaan. De man betwistte de omvang van de gemeenschap en de investeringen in Marokko, maar kon geen goederen op zijn naam aantonen.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende informatie verstrekte over zijn vermogen en dat de vrouw recht heeft op een vordering van €285.000, het deel waarvoor de man draagplichtig is. Daarnaast werd de man verplicht binnen drie maanden gedetailleerde informatie te verstrekken over zijn vermogen en investeringen in Marokko, onder dreiging van een dwangsom. De rest van het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €285.000 aan de vrouw en moet binnen drie maanden informatie over zijn vermogen in Marokko verstrekken.