ECLI:NL:GHDHA:2015:3310
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar en WOZ-waardebepaling woning
Belanghebbende, een BV, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een woning vastgesteld op €558.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een motivering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en dat de waarde te hoog was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de motivering van de beschikking niet tijdig was verstrekt en dat belanghebbende ten tijde van het bezwaar niet bekend was met de motivering. Hierdoor was het bezwaar ontvankelijk. Partijen bereikten overeenstemming over een nieuwe waarde van €299.000. Het hof vernietigde de eerdere uitspraken, stelde de waarde vast op €299.000 en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige motivering van WOZ-beschikkingen en bevestigt dat een bezwaar ontvankelijk kan zijn als de motivering niet tijdig is verstrekt, ook als nadere motivering later uitblijft. Tevens werd proceskostenvergoeding toegekend wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere uitspraken, verklaart het bezwaar ontvankelijk, stelt de WOZ-waarde vast op €299.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar in proceskosten en griffierechten.