ECLI:NL:GHDHA:2015:2989
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-aftrek opleidingskosten wegens ontbreken gerechtvaardigd vertrouwen
Belanghebbende had opleidingskosten van zijn dyslectische dochter voor een particuliere MBO-opleiding opgevoerd als aftrekpost in de inkomstenbelasting 2011. De inspecteur wees deze aftrek af op grond van de wettelijke systematiek. Belanghebbende stelde dat de inspecteur hem het vertrouwen had gegeven dat deze kosten aftrekbaar waren, omdat in 2008 een voorlopige aanslag was verminderd op verzoek van belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde, omdat de aftrek in 2008 niet uitdrukkelijk en gemotiveerd was aangevoerd en de wettelijke regeling niet aan toetsing aan billijkheid of verdragsrecht onderhevig is. Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat voor gerechtvaardigd vertrouwen meer vereist is dan een enkele vermindering van een voorlopige aanslag zonder nadere toelichting.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-toelating van de opleidingskosten in aftrek bevestigd.