Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 9 juni 2015
SOL DE MALLORCA B.V.,
thans mr. M.E. Voorrips te Den Haag,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(2.1) Tussen [geïntimeerde] als verhuurder en Sol de Mallorca als huurster is krachtens indeplaatsstelling per 1 mei 2005 een huurovereenkomst tot stand gekomen waarbij Sol de Mallorca van [geïntimeerde] bedrijfsruimte huurt aan het [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde of de bedrijfsruimte). Het gehuurde is in gebruik als zonne- en nagelstudio. Tussen partijen is een geschil ontstaan over met name (i) de huurachterstand, waaronder de door Sol de Mallorca te betalen huur over mei en juni 2005 ten bedrage van € 6.992,34, (ii) de hoogte van de huurprijs, (iii) de toepasselijkheid van de boeteclausule en (iv) lekkages.
(2.2) Tussen partijen zijn vervolgens meerdere procedures gevoerd. Het hof zal, evenals partijen, de onderhavige procedure Procedure II noemen.
Hieraan voorafgaand is Procedure I aanhangig gemaakt, die heeft geleid tot een eindvonnis van 11 februari 2011 en in hoger beroep een (inmiddels onherroepelijk) eindarrest van dit hof van 4 maart 2014 (bekend onder zaaknummer hof 200.088.387/01 en zaaknummer rechtbank 898262 CV EXPL 08-4183).
(2.3) In Procedure I is Sol de Mallorca bij genoemd eindarrest van 4 maart 2014 veroordeeld om aan [geïntimeerde] een bedrag van € 12.777,84 aan huurachterstand tot en met december 2008 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente. De huurprijs over 2009 is vastgesteld op € 29.150,00 exclusief BTW per jaar, waarbij Sol de Mallorca (voor de toekomst) is veroordeeld tot betaling steeds per kwartaal op straffe van de contractuele boete van 2% per maand. De in eerste aanleg toegewezen boete van 2% per maand over de achterstallige huurbedragen is door het hof in Procedure I in zoverre gematigd dat deze pas verschuldigd is over de toegewezen huurachterstand vanaf twee weken na betekening van dit arrest. Voorts is Sol de Mallorca nog veroordeeld tot betaling van € 768,-- aan buitengerechtelijke kosten.
(2.4) De huurachterstand is inmiddels volledig voldaan. Bij de laatste akte heeft Sol de Mallorca verder een betalingsbewijs overgelegd betreffende een betaling van
€ 3.876,57 met als rentedatum 13 november 2014 (nadat [geïntimeerde] bij memorie van antwoord een renteberekening tot en met 4 november 2014 ter hoogte van dit bedrag had overgelegd).
(2.5) In de onderhavige Procedure II heeft de kantonrechter in het tussenvonnis van 22 maart 2013 overwogen (rechtsoverweging 5.2, 5.3 en 5.4), kort en zakelijk weergegeven, dat Sol de Mallorca in Procedure I in eerste aanleg is veroordeeld tot betaling van € 12.777,84 aan huurachterstand, plus contractuele boete en rente; dat de contractuele boete en rente in totaal uitkomen op een bedrag van € 28.290,03. Dit levert, aldus de kantonrechter, een tekortkoming op in de nakoming van de verbintenis uit de huurovereenkomst.
(2.6) In Procedure II heeft de kantonrechter in het eindvonnis van 4 oktober 2013, kort en zakelijk weergegeven:
1) de huurovereenkomst ontbonden en Sol de Mallorca veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde, wegens achterstand in de verschuldigde betalingen;
2) voor recht verklaard dat Sol de Mallorca aansprakelijk is voor de schade van [geïntimeerde] als gevolg van de ontbinding van de huurovereenkomst;
3) Sol de Mallorca veroordeeld tot betaling van schadevergoeding over de periode nadat de ontruiming heeft plaatsgevonden tot het moment dat [geïntimeerde] het pand aan een ander heeft verhuurd, maximaal tot 31 december 2017, nader op te maken bij staat;
4) Sol de Mallorca veroordeeld in de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie.
De kantonrechter heeft hierbij de door [geïntimeerde] (in conventie) gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad afgewezen. Tevens heeft de kantonrechter de (reconventionele) vorderingen van Sol de Mallorca, waaronder de vermeerderde vordering d.d. 29 oktober 2012 tot huurprijsvermindering wegens lekkages, afgewezen.
De grieven I en II betreffen de (berekening van) de contractuele boete en wettelijke rente en de daarop gebaseerde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Grief III betreft de voormelde veroordelingen 2 en 3. Met de grieven IV en V wordt geklaagd over de afwijzing van de reconventionele vordering tot huurprijsvermindering, terwijl grief VI een klacht over de proceskostenveroordeling bevat.
Beoordeling van de grieven I en II
€ 28.290,03 zijn verschuldigd, maar (slechts) de wettelijke rente van € 3.876,57.
Door [geïntimeerde] is niet weersproken dat de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zeer ernstige gevolgen hebben voor de zittende (onder)- huurder. Daarnaast staat vast dat de huurachterstand van ruim € 12.000,-- na het arrest in Procedure I volledig is betaald, terwijl [geïntimeerde] niet eerder dan bij memorie van antwoord een berekening van de verschuldigde rente heeft verschaft. Het niet eerder betalen van de verschuldigde rente kan Sol de Mallorca bij de onderhavige toets dan ook niet worden tegengeworpen. De tekortkoming van Sol de Mallorca wordt in de gegeven omstandigheden betrekkelijk gering geacht, terwijl bovendien de bijzondere aard ervan de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Hier komt bij dat [geïntimeerde], afgezien van het door hem (bij comparitie) genoemde gebrek aan vertrouwen, verder niets relevants heeft aangevoerd om hier anders over te oordelen.
Beoordeling van grief III
Beoordeling van de grieven IV en V
Slotsom
Het bestreden eindvonnis, voor zover in reconventie gewezen, zal worden bekrachtigd. [geïntimeerde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Beslissing
- vernietigt het door de rechtbank Rotterdam tussen partijen
- wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;
in reconventiegewezen vonnis van 4 oktober 2013;