ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9950
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- H.J.H. van Meegen
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie huurovereenkomst en ontruimingsbescherming vliegveld Valkenburg
De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter die haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn van het gehuurde op vliegveld Valkenburg afwees. KNVvL stelde dat het gehuurde moest worden gekwalificeerd als een gebouwde onroerende zaak, zodat zij ontruimingsbescherming op grond van artikel 7:230a BW zou genieten.
Het geschil betreft het gebruik van vliegveld Valkenburg voor de zweefvliegsport, waarbij partijen een huurovereenkomst sloten in 2002. Het hof overwoog dat de overeenkomst is gesloten in het kader van een publiekrechtelijke ontheffing en een privaatrechtelijke vergunning voor het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen. Het gebruik betreft voornamelijk het landen, taxiën, parkeren, stallen en opstijgen van zweef- en sleepvliegtuigen.
Het hof stelde vast dat de landingsbaan en stallingsruimtes niet kwalificeren als gebouwde onroerende zaken in de zin van artikel 7:230a BW, mede omdat het begrip 'gebouw' centraal staat en de landingsbaan is aangelegd en niet gebouwd. Daarnaast zijn voor de stallingsloodsen afzonderlijke privaatrechtelijke vergunningen verleend. Hierdoor is de ontruimingsbescherming niet van toepassing en wordt het beroep van KNVvL afgewezen. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en veroordeelt KNVvL in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van KNVvL af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter waarbij de ontruimingsbescherming wordt geweigerd.