ECLI:NL:GHARN:2012:BY1286
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake klachtplicht en tijdigheid van protest tegen uitbetaling door notaris
In deze civiele zaak staat centraal of appellant tijdig heeft geklaagd over de uitbetaling van een restantbedrag door de notaris aan een curator, na een beslaglegging op een onroerende zaak. Appellant had de notaris aansprakelijk gesteld wegens onrechtmatig handelen, omdat de notaris het bedrag aan de curator had betaald terwijl appellant meende dat hij daar recht op had.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat appellant niet duidelijk had gemaakt dat de uitbetaling in strijd was met de gemaakte afspraken. Het hof beoordeelde vervolgens of appellant binnen de termijn van artikel 6:89 BW Pro had geklaagd. Uit de feiten bleek dat appellant op 28 maart 2007 op de hoogte was of had moeten zijn van de uitbetaling, maar pas ruim 2,5 jaar later, in september 2009, protesteerde.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet tijdig op de hoogte was en dat hij niet binnen bekwame tijd had geklaagd. Hierdoor werd het verweer van de notaris dat de vorderingen moeten worden afgewezen wegens het niet tijdig klagen, gegrond verklaard. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens het niet tijdig klagen over de uitbetaling door de notaris.