ECLI:NL:GHARN:2012:BV2352
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid stagiaire en school voor schade door stagiaire aan stagebedrijf
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid centraal van een stagiaire en diens school voor schade die de stagiaire aan het stagebedrijf toebracht. De stagiaire had tijdens zijn stage een ontsmettingsmiddel gebruikt dat leidde tot de dood van konijnen en verminderde voortplanting. De appellant vorderde schadevergoeding van zowel de stagiaire als de school.
Het hof stelde vast dat de stagiaire slechts aansprakelijk is voor schade indien sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, overeenkomstig artikel 7:661 BW Pro, dat analoog wordt toegepast op stagiaires. De school is niet aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW Pro, omdat tussen school en stagiaire geen gezagsverhouding bestaat zoals bij een werkgever-werknemer relatie.
De appellant kon niet aantonen dat de stagiaire opzettelijk of bewust roekeloos had gehandeld. De stagiaire handelde in opdracht en zonder waarschuwing over de risico's. Ook stelde het hof dat de school geen extra zorgplicht had om te informeren over eerdere slechte stages of intensievere begeleiding te bieden. De vorderingen werden daarom afgewezen en de appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van appellant tegen de stagiaire en de school worden afgewezen wegens ontbreken van opzet of bewuste roekeloosheid en geen aansprakelijkheid van de school.