ECLI:NL:GHARN:2011:BU6642
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- R.A.V. Boxem
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde winkelpanden na onvoldoende bewijs gemeente
Belanghebbende, eigenaar van twee winkelpanden in Amersfoort, betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van respectievelijk €349.500 en €164.500 per 1 januari 2007. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de waarde verlaagde, stelde zowel belanghebbende als de gemeente hoger beroep in. De gemeente trok haar hoger beroep later in, waarna het Gerechtshof Arnhem de zaak behandelde.
Het geschil betrof de juiste waardebepaling van de panden volgens de Wet WOZ, waarbij belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede op basis van aankoop- en verkoopprijzen en werkelijke huurprijzen. De gemeente voerde aan dat de verkoop niet marktconform was vanwege gelieerde partijen en dat de gehanteerde kapitalisatiefactor correct was.
Het Hof oordeelde dat de gemeente niet slaagde in haar bewijslast om de hogere waarde aan te tonen, mede omdat de gehanteerde kapitalisatiefactor onvoldoende onderbouwd was. De werkelijke huurprijzen tussen niet-gelieerde partijen werden als zakelijk beschouwd. Belanghebbende had aannemelijk gemaakt dat de waarde lager moest worden vastgesteld. Het Hof verminderde de WOZ-waarde van A-straat 1 tot €273.000 en van A-straat 2 tot €122.000, met dienovereenkomstige aanpassing van de OZB-aanslagen.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak bevestigt het belang van een gedegen onderbouwing door de gemeente bij waardebepalingen en benadrukt de bewijslastverdeling in WOZ-zaken.
Uitkomst: De WOZ-waarden van de winkelpanden worden verminderd tot respectievelijk €273.000 en €122.000 met aanpassing van de aanslagen OZB.