ECLI:NL:GHARN:2011:BR6635
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- J.P.M. Kooijmans
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt lagere waardering woning wegens onvoldoende rekening bodemverontreiniging
Belanghebbende is eigenaar van een woning op een perceel met bodemverontreiniging door een voormalige vuilstortplaats. De gemeente stelde de WOZ-waarde van de woning voor 2010 vast op €314.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. De rechtbank verlaagde de waarde naar €290.000 vanwege de bodemverontreiniging.
In hoger beroep betwistte de gemeente deze verlaging en voerde aan dat de bodemverontreiniging voldoende was meegenomen in de waardering, mede door vergelijking met een nabijgelegen vergelijkbaar pand. Belanghebbende stelde dat zijn perceel ernstiger verontreinigd was en dat de waardevermindering daarom groter moest zijn.
Het Hof oordeelde dat de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat de bodemverontreiniging in het vergelijkingsobject even ernstig was en dat de waardering onvoldoende rekening hield met de verontreiniging. Ook maakte belanghebbende zijn lagere waardering niet aannemelijk, mede omdat de kosten van sanering niet voor zijn rekening kwamen.
Na uitgebreide beoordeling van taxatierapporten, vergelijkingsobjecten en bodemonderzoek stelde het Hof de waarde van de woning in goede justitie vast op €300.000. Het hoger beroep van de gemeente werd gegrond verklaard en dat van belanghebbende ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover de waarde was verlaagd.
Uitkomst: Het Hof stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €300.000 en vernietigt de lagere waardering van de rechtbank.