ECLI:NL:GHARN:2011:BR3133
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongebruikelijke terbeschikkingstelling bij verhuur pand na aandelenoverdracht aan moeder
Belanghebbende en zijn echtgenote brachten hun campingbedrijf in een BV onder en verhuurden het onroerend goed aan deze BV. Na overdracht van de aandelen aan de moeder van belanghebbende stelde de Inspecteur dat de verhuur onder de ongebruikelijke terbeschikkingstellingsregeling valt. De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat de verhuurvoorwaarden, zoals de verdeling van onderhoudskosten en het ontbreken van huurindexatie binnen de contractperiode, op zichzelf niet ongebruikelijk zijn. Echter, het ontbreken van een vergoedingsregeling voor door de BV gefinancierde investeringen vóór 2009 was ongebruikelijk.
Het Hof nam het geheel van omstandigheden mee, waaronder de aandelenoverdracht aan de moeder die geen actieve rol in de BV vervult en waarbij de koopsom niet is betaald. Dit leidde tot een situatie die tussen derden niet zou voorkomen, waardoor de terbeschikkingstellingsregeling terecht werd toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de verhuur na aandelenoverdracht aan de moeder een ongebruikelijke terbeschikkingstelling is en de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is.