ECLI:NL:GHARN:2010:BO0522
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vaststelling BPM-waarde gebruikte Landrover en toepassing gelijkheids- en vertrouwensbeginsel
Belanghebbende kocht een gebruikte Landrover in Duitsland en gaf bij registratie een BPM-bedrag van €13.612 aan, gebaseerd op een taxatierapport met een verkoopwaarde van €49.000 minus waardeverminderingen. De Inspecteur hertaxeerde de auto op €60.000 en stelde de BPM op €16.124, wat belanghebbende betaalde. Na afwijzing van bezwaar door de Inspecteur verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de waarde €41.741 bedroeg en dat de BPM op grond daarvan €11.841 moest zijn, met beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel. De Inspecteur handhaafde een hogere waarde van €52.130 en BPM van €14.903.
Het Hof oordeelde dat de inkoopwaarde van de auto moet worden afgeleid van de verkoopwaarde minus een waardevermindering van €6.000 vanwege politieke ontwikkelingen rond SUV’s, wat niet in koerslijsten was verwerkt. De winstmarge werd vastgesteld op 16,5%, leidend tot een inkoopwaarde van €46.352 en een BPM van €13.154. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere fiscale akkoorden geen definitieve goedkeuring van de taxatiemethode inhielden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de relevante groep vergelijkbare gevallen niet was aangetoond. Het beroep op schending van EU-recht werd niet door het Hof behandeld vanwege gebrek aan bevoegdheid.
Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, stelde de BPM vast op €13.154, veroordeelde de Inspecteur tot proceskostenvergoeding van €1.288 en gelastte vergoeding van griffierechten. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt de verschuldigde BPM vast op €13.154 en vernietigt eerdere uitspraken.