ECLI:NL:GHARN:2010:BN5568
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige eenzijdige stopzetting compensatie-uren door werkgever niet gerechtvaardigd
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of Zwanenberg gerechtigd was om per 1 januari 2006 geen compensatie-uren meer toe te kennen aan negen werknemers die deze uren jarenlang hadden genoten. De werknemers vorderden dat deze uren deel uitmaken van hun arbeidsvoorwaarden en dat zij daarop aanspraak kunnen blijven maken.
Het hof stelde vast dat de compensatie-uren van 43,25 uur per jaar voortkwamen uit een regeling die in de jaren tachtig was ontstaan ter compensatie van het vervallen van betaalde pauzes. De werknemers hadden deze uren gedurende lange tijd genoten, waarbij opname plaatsvond in overleg en de uren op salarisstroken stonden vermeld. Hoewel de arbeidsovereenkomsten, CAO en regelingenboek geen expliciete bepaling over deze uren bevatten, waren zij door feitelijke gedragingen en wederzijds vertrouwen onderdeel van de arbeidsvoorwaarden geworden.
De werkgever had zonder instemming van de werknemers besloten de toekenning van deze uren te stoppen met als argument dat de uren ten onrechte waren toegekend. Het hof oordeelde dat dit besluit onrechtmatig was, mede vanwege de financiële nadelen voor de werknemers en het ontbreken van voldoende concrete feiten ter rechtvaardiging. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de vorderingen van de werknemers werden toegewezen, inclusief vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld de compensatie-uren vanaf 1 januari 2006 toe te kennen en de vorderingen van de werknemers zijn toegewezen.