ECLI:NL:GHARN:2009:BL0925
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- R.C. van Houten
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding Meststoffenwet met betrekking tot referentiehoeveelheid fosfaat
In deze strafzaak stond centraal of verdachte in de jaren 2004 en 2005 meer dierlijke meststoffen had geproduceerd dan toegestaan volgens het voor zijn bedrijf geldende pluimveerecht, vastgesteld op 7.680 kilogram fosfaat. De rechtbank sprak verdachte vrij op basis van een hogere referentiehoeveelheid, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht. Het hof oordeelde dat de referentiehoeveelheid moet worden vastgesteld aan de hand van de tenlastelegging en dat de strafrechter niet zelf een referentiehoeveelheid mag vaststellen.
Het hof onderzocht de rechtsbescherming van verdachte tegen de gevolgen van de Interimwet en Meststoffenwet, en concludeerde dat er geen manco in de rechtsbescherming bestond. Uit deskundigenrapporten en getuigenverklaringen bleek dat het aantal leghennen dat daadwerkelijk op het bedrijf aanwezig was in 1987 15.360 bedroeg, wat correspondeert met de referentiehoeveelheid van 7.680 kilogram fosfaat. Verdachte had geen rechtsgeldige ontheffing of uitzondering, en feitelijk bewijs dat voor 2 november 1984 meer hennen werden gehouden ontbrak.
Op basis van deze feiten achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in 2004 en 2005 meer meststoffen produceerde dan toegestaan. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 39.000 euro, waarvan een deel voorwaardelijk, en tot een voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor drie maanden. Het hof legde deze straf op mede vanwege eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en het vasthouden van verdachte aan een onjuiste referentiehoeveelheid.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 39.000 euro en een voorwaardelijke stillegging van de onderneming wegens overtreding van de Meststoffenwet in 2004 en 2005.