ECLI:NL:GHARN:2008:BH2850
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- M.A.M. Vaessen
- R.A. Dozy
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verrekening verzekeringsuitkering bij inkomensschade na motorongeval
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of een door de geïntimeerde ontvangen verzekeringsuitkering, voortvloeiend uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering na een motorongeval, in mindering dient te worden gebracht op de door Achmea te vergoeden inkomensschade. De geïntimeerde liep door het ongeval een hoge dwarslaesie op en is sindsdien volledig arbeidsongeschikt. Achmea erkende aansprakelijkheid, maar betwistte de omvang van de schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat het in het midden kan blijven of de verzekering een schade- of sommenverzekering betreft. Redengevend is dat de uitkering een periodieke inkomensschadevergoeding betreft die redelijkerwijs als voordeel in mindering kan worden gebracht op de schadevergoeding. Tevens moet rekening worden gehouden met de door geïntimeerde betaalde premies. Daarnaast is de discussie over de pensioenleeftijd van belang: Achmea stelde dat geïntimeerde op 55 of 60 jaar zou stoppen met werken, terwijl geïntimeerde uitging van 65 jaar.
Het hof stelt vast dat de stelling dat geïntimeerde op 55-jarige leeftijd zou stoppen onvoldoende concreet is onderbouwd en verwerpt die. De pensioenleeftijd wordt vastgesteld op 60 jaar, mede op basis van pensioenafspraken binnen de onderneming. De pensioenschade wordt berekend op basis van een pensioen van circa 70% van het laatstverdiende loon, inclusief AOW, waarbij Achmea het tekort in de pensioenvoorziening moet aanvullen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor verdere berechting met inachtneming van deze uitgangspunten.
Uitkomst: De verzekeringsuitkering wordt in mindering gebracht op de inkomensschade en de pensioenschade wordt berekend uitgaande van pensioenleeftijd 60 jaar.