ECLI:NL:GHARN:2008:BD2386
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat overdracht van perceel met gedeeltelijk gesloopte opstallen één levering vormt en niet als bouwterrein wordt aangemerkt
Belanghebbende, een ondernemer in de zin van de Wet OB, had een perceel grond met opstallen gedeeltelijk gesloopt en verkocht dit perceel. De Inspecteur stelde dat de levering vrijgesteld was van omzetbelasting omdat het geen bouwterrein betrof. Belanghebbende betoogde dat het perceel na sloop als bouwterrein moest worden gezien en dat de levering daarom belastbaar was.
Het Hof stelde vast dat de sloopwerkzaamheden en levering nauw samenhangen en als één handeling moeten worden beschouwd. Uit de stukken bleek dat ten tijde van levering op 19 mei 2000 de funderingen en een grote kelder nog aanwezig waren, zodat geen sprake was van een bouwterrein maar van een onroerende zaak met opstallen.
Het Hof oordeelde dat de levering daardoor vrijgesteld is van omzetbelasting volgens artikel 11 van Pro de Wet OB. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur faalden omdat geen sprake was van een beleidsuitspraak die vertrouwen kon wekken. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wees het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de levering van het perceel met gedeeltelijk gesloopte opstallen vrijgesteld is van omzetbelasting.