ECLI:NL:GHARN:2006:AZ6604
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- Van Amsterdam
- Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt fiscale eenheid door financiële verwevenheid tussen stichtingen
Belanghebbende, Stichting X, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak van januari tot en met september 1999. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch werd de naheffingsaanslag gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of Stichting X en Stichting Y als één belastingplichtige moesten worden aangemerkt op grond van financiële verwevenheid volgens artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Het Hof stelde vast dat Stichting Y een rekening-courantverhouding met belanghebbende had, dat het bestuur van Stichting Y door leden van het college van bestuur van belanghebbende werd gevormd, en dat het Hoofd Financiën van belanghebbende over beide bankrekeningen kon beschikken.
Het Hof concludeerde dat de financiële positie en gedragingen van Stichting X rechtstreeks invloed hadden op die van Stichting Y, wat voldeed aan de criteria voor financiële verwevenheid. Hierdoor moesten beide stichtingen als één ondernemer worden beschouwd voor de omzetbelasting. De naheffingsaanslag werd vernietigd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd wegens financiële verwevenheid tussen de stichtingen.