ECLI:NL:GHARN:2005:AU6644
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Hilverda
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over de uitleg van erfdienstbaarheid en bouwplan appartementencomplex
Partijen zijn verdeeld over de vraag of het door W-5 te bouwen appartementencomplex kan worden aangemerkt als een herenhuis in de zin van een erfdienstbaarheid uit 1906 die het bouwen van andere gebouwen dan herenhuizen verbiedt.
Het hof past de CAO-norm toe voor de uitleg van de erfdienstbaarheid en concludeert dat het appartementencomplex met vier woonlagen en acht appartementen te massaal is om als herenhuis te gelden, mede gelet op het hedendaags spraakgebruik en de omvang ten opzichte van het oude gebouw.
Daarnaast oordeelt het hof dat geïntimeerde recht en spoedeisend belang heeft om zich tegen de bouw te verzetten, ondanks eerdere kennis van het bouwplan en het feit dat hij bereid was te verkopen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd, waarbij W-5 wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verbod op de bouw van het appartementencomplex wordt bevestigd.