Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- het anticipatie-exploot en het exploot ter herstel van een verschrijving hierin
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 28 oktober 2025 is gehouden en de daaraan gehechte brief van de kant van Efgom van 28 januari 2026.
2.De kern van de zaak
3.De feiten
(…)
- dat Efgom op 25 juni 2007 (…) de supermarktonderneming (…) heeft gekocht;
- dat Efgom deze supermarkt geleverd krijgt op 14 juni 2007;
- dat Efgom middels een in de plaatsstelling in het bezit wordt gesteld van de bestaande huurrechten/huurovereenkomst met verhuurders;
- dat Efgom in de gelegenheid wordt gesteld om (…) nieuw te ontwikkelen en te bouwen winkelruimte (…) aan te huren tegen nader te bepalen condities;
(…)
9.Ontbindende voorwaarden
Deze overeenkomst wordt aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat koper een voor haar conveniërende franchiseovereenkomst met Albert Heijn franchise B.V. voor de winkellocatie kan verkrijgen. Koper zal zich hiervoor tot het uiterste inspannen.
- Verkoper en koper zullen zich – naar de wens van koper – tot het uiterste inspannen om (gezamenlijk) Albert Heijn franchise B.V. te bewegen alsnog een franchiseovereenkomst aan koper, tegen voor koper conveniërende voorwaarden, te doen verstrekken.
- Zo nodig zullen koper en verkoper voor gezamenlijke rekening – al het nodige doen (waaronder begrepen het voeren van juridische procedures, desnodig in hoger beroep) om een nieuwe franchiseovereenkomst bij Albert Heijn franchise B.V. af te dwingen.
- Verkoper zal zich in de tussentijd zo nodig inspannen om van Albert Heijn franchise B.V. nakoming te verlangen met betrekking tot de lopende contractuele (franchise)verplichtingen. Hieronder wordt uitdrukkelijk eveneens verstaan dat koper van Albert Heijn medewerking verlangt voor de afbouw van de nieuwbouw locatie, een en ander ter voorkoming van vertragingen van nieuwbouwplannen.
(…)
4.De toelichting op de beslissing van het hof
GHG ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven dat zij geen gebruik maakt van de aan haar verleende koopoptie’. Die situatie is niet aan de orde; GHG heeft de koopoptie uitgeoefend.