Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding met grieven in hoger beroep;
- de memorie van antwoord in het principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep.
2.De kern van de zaak en de procedures bij de rechtbank
3.De toelichting op de beslissing van het hof in beide zaken
op vrijwillige basisbepalen of MKB-klanten in aanmerking komen voor een schikking, maar het hof volgt dat niet. In de ‘Brochure’ van de Derivatencommissie (samenvatting van het UHK) is het volgende te lezen:
Indien u als kleine ondernemer tussen 1 april 2011 en 1 april 2014 een rentederivaat had, is het herstelkader in principe op u van toepassing en wordt u actief door de bank benaderd (…). Indien u een grotere ondernemer bent of een hoog kennisniveau hebt (…), is het herstelkader niet op u van toepassing en ontvangt u geen compensatie. U wordt dan onder het herstelkader aangemerkt als professioneel en/of deskundig.
“Indien een klant een Rentederivaat met een Bank is aangegaan dat binnen het temporele bereik valt, en voorts als niet-professioneel en niet-deskundig kwalificeert, is op die MKB-Klant het Herstelkader van toepassing.”
nietvan abstraheren is de vraag of de klant al dan niet binnen het
toepassingsbereikvan het UHK valt (als bedoeld in paragraaf 2.4.5.van het UHK), oftewel toegesneden op onderhavig geval of het UHK
juistis toegepast door de Volksbank bij haar beslissing van oktober 2017.
of[de maatschap] onder het bereik van het UHK valt is daarbij de inzet van de onderhavige procedure. Zoals hiervoor onder 3.5 en 3.6 is overwogen was deelname door de Volksbank aan het UHK niet vrijblijvend, en ziet het woord coulance op het abstraheren van de aansprakelijkheid van de bank en de werkelijke schade van de klant. Het gaat niet (zoals de Volksbank heeft betoogd) om een vrijblijvende keuze van de bank om “coulancehalve” het UHK toe te passen op een klant, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de coulanceregeling met betrekking tot de helpdeskfraude waar de Volksbank naar verwijst. Een ander oordeel zou tot de onaanvaardbare consequentie leiden dat er in de praktijk geen verschil bestaat tussen een bank die zich wel of die zich niet heeft gecommitteerd aan het UHK.
juistis toegepast, dat wil zeggen of de
uitlegvan de Volksbank klopt dat [de maatschap] deskundig is
volgens de criteria van het UHK, en daarom niet binnen het toepassingsbereik van het UHK valt. Het aanbod zelf ligt niet ter beoordeling voor.
deskundigheidop het niveau van de klant of op het niveau van de groep waar een klant eventueel deel van uitmaakt moet worden bekeken, wordt geantwoord dat voor groepssituaties in onder meer paragraaf 3.1.12. onder g van het UHK (ten dele) een bepaling is opgenomen. Voor het overige is het begrip “groep” niet relevant voor toetsing van deskundigheid, aldus [de maatschap] .
financiële activa gerelateerd aan vastgoedmoet worden verstaan is ook een kwestie van
uitlegvan het UHK waar de civiele rechter een oordeel over kan geven in het kader van de beoordeling van het toepassingsbereik van het UHK. Het hof overweegt daarover als volgt. Anders dan [de maatschap] betoogt volgt uit de hiervoor onder 3.14 aangehaalde toelichting op het UHK over het begrip “groep” niet dat de aandelen die de maten via hun persoonlijke holdings houden, ook als dat aandelen in een aan vastgoed gerelateerde vennootschap betreft, niet kunnen worden meegerekend als
financiële activa gerelateerd aan vastgoed. [de maten 1 en 2] hadden op het moment van het aangaan van het rentederivaat op 26 september 2008 ieder een persoonlijke holding. [maat1] had 100% van de aandelen in Remac. [maat2] had 100% van de aandelen in Maree. Op 26 september 2008 bedroeg het eigen vermogen van Remac € 8.890.596,- en dat van Maree bedroeg € 8.897.229,-. Tussen de partijen staat vast dat het enige activum (van betekenis) van elk van die twee persoonlijke holdingvennootschappen bestond uit 50% van de aandelen in [naam1] B.V.
financiële activa gerelateerd aan vastgoedin dit geval moet worden beantwoord op het niveau van [naam1] B.V. Dit betreft een vennootschap, onderdeel van een groep, die aandelen houdt in andere vennootschappen en zich daarnaast bezig houdt met het uitoefenen van een bouwbedrijf en het in eigen beheer ontwikkelen van bouwprojecten, met verschillende deelnemingen. Dat zijn activiteiten gericht op het commercieel verhandelen van woningen en vastgoed waarvoor grond wordt aangekocht, bebouwd en waarbij de door de groep ontwikkelde en gebouwde woningen worden doorverkocht. De hoofdactiviteit van deze groep, waaraan iedere deelneming haar steentje bijdraagt, bestaat daarmee uit commerciële activiteiten gerelateerd aan vastgoed waarmee (gezien de jaarrekening) behoorlijke omzetten en winsten worden behaald. Mede gezien de aard van de activiteiten en de schaal ervan, oordeelt het hof dat een redelijke uitleg van het begrip “financiële activa gerelateerd aan vastgoed” met zich brengt dat de aandelen van Remac en Maree in die holding moeten worden beschouwd als
financiële activa gerelateerd aan vastgoed.
financiële activa gerelateerd aan vastgoedgeeft, namelijk door te kijken op het niveau van de verschillende individuele deelnemingen van [naam1] B.V. en van daaruit te gaan berekenen. Het hof oordeelt dat [de maten 1 en 2] kwalificeren als deskundig als bedoeld in paragraaf 3.1.12. onder b van het UHK, nu de waarde van de aandelen Remac en Maree als zodanig niet zijn betwist en deze aandelen hun waarde weer ontlenen aan [naam1] B.V. (elk 50%). [de maten 1 en 2] (via hun persoonlijke holdings) bezitten ieder actief met een waarde van meer dan tien miljoen euro, aan de hand van de optelsom van de criteria van paragraaf 3.1.12. onder b van het UHK (i) vastgoed (bestaand en/of in ontwikkeling), (ii) financiële activa gerelateerd aan vastgoed en/of (iii) effecten. Voor [maat1] gaat het ten tijde van het aangaan van het rentederivaat om een totaal van € 12.265.667 (namelijk € 3.068.521 + € 306.550 (aan vastgoed en effecten) en € 8.890.596 (aandelen Remac) en voor [maat2] komt het neer op een totaal van € 12.105.293 (namelijk € 3.093.521 + € 114.543 (aan vastgoed en effecten) en € 8.897.229 (aandelen Maree).
buiten het toepassingsbereikvan het UHK valt. De stelling van [de maatschap] dat er alleen besluiten met unanimiteit genomen konden worden (en dat de stand van de vier kapitaalrekeningen per 30 september 2008 aantoont dat [de maten 1 en 2] samen ‘slechts’ 49,99% economisch belang hadden) acht het hof niet doorslaggevend. Ook dan blijft immers staan dat [de maten 1 en 2] samen 50% zeggenschap konden uitoefenen. Deze uitleg strookt ook met de eerder besproken opzet en achtergrond van het UHK, dat de toegang beperkt moet zijn tot klanten die een kwetsbare positie innemen tegenover de bank.