Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
De toelichting op de beslissing van het hof
uitgezet bij leden van het TBS-casusoverleg, de contactfunctionarissen TBS in het land, [naam2] , plaatsingsloket van [naam3] (dat als geen ander op de hoogte is van zorginstellingen in het land), [naam4] . Het resultaat is dat er geen vergelijkbare setting is gevonden die de mate van controle en veiligheid biedt als [de instelling1] .” Reclassering Nederland heeft later nogmaals contact gehad met [de instelling1] , over de mogelijkheid tot een verzoeningsgesprek en eventuele terugkeer, maar [de instelling1] stond daar niet voor open. [appellant] trekt in twijfel dat Reclassering Nederland zich werkelijk voor hem heeft ingezet, maar het hof heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verslagen. [de instelling3] is weliswaar een gesloten tbs-kliniek, maar er was blijkbaar geen instelling voor begeleid wonen te vinden die [appellant] wilde opnemen. Er is ook nog gesproken over mogelijke verscherpte voorwaarden (met medicatie), maar [appellant] heeft dat geweigerd. Reclassering Nederland heeft in het verslag van 9 mei 2016 geconcludeerd dat [appellant] niet kan terugkeren in [de instelling1] en dat er geen voorzieningen zijn die een vergelijkbare waarborg bieden ter voorkoming van recidive. In de e-mail waar [appellant] naar verwijst zegt Reclassering Nederland inderdaad dat zij de rechtbank mogelijk niet negatief geadviseerd zou hebben “
als er alleen sprake was geweest van het zoeken naar kinderporno”. Maar het ging dus om méér dan dat; [appellant] kon ook niet voldoen aan de voorwaarde van het verblijven in een instelling voor begeleid wonen en wilde niet aan verscherpte (extra) voorwaarden meewerken, terwijl uit bedoelde e-mail blijkt dat Reclassering Nederland dat voor een eventuele doorstart wel noodzakelijk achtte. Het hof betrekt hier nog bij – zoals blijkt uit de beslissing van de rechtbank van 15 juni 2016 – dat voor het negatieve advies ook heeft meegewogen dat de psychiater die [appellant] heeft onderzocht heeft geconcludeerd dat hij “
zonder het huidig kader en strikte controle en toezicht (...) het risico hoog [acht] dat [appellant] zijn pedoseksuele gevoelens omzet in handelingen”.
wat er zij van de handelwijze van [de instelling1] , vast staat dat veroordeelde ondanks aanwijzing én waarschuwing van de reclassering op internet gezocht heeft naar kinderporno. Hiermee heeft hij zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden én zich weer in het delict scenario begeven. Dit maakt het naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk dat de verpleging van overheidswege wordt hervat.” Weliswaar is dit vonnis vernietigd in hoger beroep, waarna nog even de TBS onder voorwaarden is voorgezet, maar uiteindelijk is op 6 februari 2019 de TBS met dwangverpleging hervat. Daarna is deze nog meermaals verlengd. Door [appellant] is onvoldoende onderbouwd dat deze herhaalde voortzetting van zijn TBS met dwangverpleging niet zou hebben plaatsgevonden als Reclassering Nederland in 2016 anders zou hebben gehandeld. Al met al ontbreekt dus een (voldoende direct) causaal verband tussen het gestelde handelen/nalaten van Reclassering Nederland en de situatie waarin [appellant] zich nu bevindt. Ook dat is een reden voor afwijzing van de gevorderde schadevergoeding.
De beslissing