Uitspraak
[appellant],
de Staat,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
4.De vordering
- voor recht wordt verklaard dat de Staat jegens [appellant] geen aanspraak kan maken op een deel van de fosfaatrechten dan wel op vergoeding van de marktwaarde van 676 kilogram fosfaatrechten op het tijdstip en onder de voorwaarden zoals omschreven in artikel 10 van Pro de erfpachtakte van 12 april 2023 en dat [appellant] de vergoeding ten onrechte aan de Staat heeft betaald;
- de Staat wordt veroordeeld aan [appellant] € 38.194, te vermeerderen met btw, te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2025;
- de Staat wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente na vijftien dagen na het arrest.
5.Het oordeel van het hof
6.De beslissing
14 juli 2026opdat de Staat een akte kan nemen als bedoeld in rov. 5.16 en [appellant] een akte als bedoeld in rov. 5.17, waarna partijen op elkaars akte mogen reageren bij antwoordakte;