Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het (deels voorwaardelijke) incidentele beroep
5.Beslissing
15 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal wie de fosfaatrechten toekomen bij het einde van een hoevepachtovereenkomst tussen pachter en verpachter. De pachter en verpachter hadden een langdurige pachtovereenkomst waarbij fosfaatrechten werden toegekend op basis van de veestapel op 2 juli 2015.
De rechtbank en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelden dat de verpachter aanspraak kan maken op een deel van de fosfaatrechten, waarbij de pachter verplicht is deze rechten voor 50% van de marktwaarde over te dragen aan de verpachter. Deze regeling is gebaseerd op redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW Pro) en houdt rekening met de langdurige terbeschikkingstelling van bedrijfsmiddelen door de verpachter.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van de pachter af. Het hof heeft terecht een algemene regel van aanvullend recht toegepast waarbij de pachter verplicht is de fosfaatrechten over te dragen, tenzij bijzondere omstandigheden een afwijking rechtvaardigen. Ook het incidentele cassatieberoep van de verpachter wordt verworpen. De Hoge Raad veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de pachter en het incidentele cassatieberoep van de verpachter worden verworpen; de pachter is verplicht fosfaatrechten voor 50% van de marktwaarde aan de verpachter over te dragen.