Uitspraak
1.[appellant] ,
Blomzone B.V.
Abacus Capital Partners B.V.
[appellant](in mannelijk enkelvoud)
1.PHP Holding Oy selvitystilassa (in liquidatie)
PHP Liiketoiminta Oyj
PHP
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven tevens houdende verzoeken tot prejudiciële vragen
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het incidenteel (‘MVAI’) hoger beroep
- de akte reactie producties MVAI van PHP
- de akte overlegging producties strafdossier van PHP
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 3 december 2025 is gehouden.
2.De kern van de zaak
financieringsbeleid, maar ook op grond van een onrechtmatig
investeringsbeleid, met alle schade voor PHP van dien.
3.De feiten
Bicknell Beheeren via Bicknell Beheer middellijk bestuurder en aandeelhouder van Bicknell Partners
Next Frontieren via Next Frontier middellijk bestuurder/aandeelhouder van [naam2] Werkmaatschappij en 50% aandeelhouder in en medebestuurder van
Abacus
Blomzoneen via Blomzone middellijk 50% aandeelhouder in en mede-bestuurder van
Abacus
PIPOHolding. PIPO Holding B.V. is enig bestuurder/aandeelhouder van PIPO Management
FCL HoldingS.a.r.l. (hierna: FCL Holding).
G&W); Abacus ongeveer 58%, Bicknell Beheer ongeveer 32%, PIPO 5% en FCL Holding 5%. G&W is op 26 maart 2019 gefailleerd. Bestuurders van G&W waren op dat moment Bicknell Partners (vanaf juni 2010) en [naam2] Werkmaatschappij (vanaf november 2016). Van juni 2010 tot eind maart 2016 was Abacus bestuurder.
GFH Management) en BAUM Management S.a.r.l. (hierna:
BAUM): middellijk via 100% aandeelhouder G&W.
Settlebaum): Abacus ongeveer 58%, Bicknell Beheer ongeveer 32%, PIPO en FCL Holding ieder 5%.
Forum Management B.V.: middellijk via 100% aandeelhouder Settlebaum.
Visie B.V.: Blomzone en Next Frontier, ieder ongeveer 29%, Bicknell Beheer ongeveer 32%, PIPO en FCL Holding ieder 5%.
Darion Holding), voorheen Global Fundhouse B.V.: Bicknell ongeveer 20%, PIPO, FCL Holding en Abacus ieder ongeveer 17%
Darion Capital): middellijk via 100%
GFH Paraplufondsopgezet (een fonds voor gemene rekening). Dit fonds werd formeel beheerd door Today’s Tomorrow B.V. BAUM was beheerder van
CATF, een Luxemburgse entiteit die beleggingen in teakhoutplantages in onder andere Costa Rica faciliteerde. CATF liet teakbomen planten en verzorgen met als doel op de lange termijn winst te boeken bij de kap van de bomen en de verkoop van het teakhout.
LATC, een bosbouwbedrijf dat voor CATF diensten verrichtte. Bestuurder van LATC is [naam3] en tot medio 2017 was dit [naam1] .
FIF, een fonds voor gemene rekening, dat als ‘loan origination agent’ optrad voor de Vehikels, en van FAF (Forum Arborum Fund), een fonds voor gemene rekening.
did you show Ari that he made a stunning 65%+ performance on this investment in BHC4!"
all loans are overcollater[a]lized and fully pledged. The collateral is easy accessible ...as a result the risk in the portfolio on a 150k or a 450k loan is zero.”
4.De toelichting op de beslissing van het hof
Groepsaansprakelijkheid
Persoonlijk ernstig verwijt vereist ter zake van handelen in hoedanigheid van bestuurder in groepsverband (artikel 6:166 BW Pro)
Handelen [appellant] e.a. in groepsverband
in the coming months’zal vertrekken als CFO van de GFH Group. Onduidelijk is gebleven of en wanneer [appellant] daadwerkelijk is vertrokken als CFO. Hoe dan ook is [appellant] bij de GFH Group betrokken gebleven, om te beginnen als aandeelhouder. Hij was ook bestuurder van GFH Management, van Forum Management (tot eind 2015) en van G&W (tot eind maart 2016). Tot juni 2018 heeft [appellant] ook nog activiteiten verricht voor BAUM. In het jaarverslag 2016 van CATF wordt [appellant] nog genoemd als lid van ‘the Board of Directors’ van BAUM, als verantwoordelijke voor ‘finance’. [appellant] heeft ook na de aankondiging van zijn vertrek als CFO nog stukken getekend voor de GFH Group en tijdens de mondelinge behandeling bij het hof (zie pleitaantekeningen sub 23 mr. Hagers) heeft [appellant] zelf bevestigd ook bij CATF en BAUM te zijn blijven optreden. En hij maakte deel uit van de groep aandeelhouders die door [naam2] is aangewezen als de groep waarbinnen werd overlegd over het aangaan van leningen door groepsvennootschappen en de interne behoeftes.
in hoedanigheid van bestuurderhebben gehandeld, waardoor ter zake van de betreffende handelingen een verhoogde aansprakelijkheidsnorm geldt, waarover later meer. Van al deze vennootschappen zijn alleen Abacus en Blomzone in hoger beroep gekomen. Hetgeen het hof in dit arrest overweegt ten aanzien van [appellant] , geldt ook ten aanzien van zijn persoonlijke vennootschappen Abacus en Blomzone.
tenzij(bijvoorbeeld) gezegd kan worden dat zijn eerdere gedragingen een ontwikkeling in gang hebben gezet die tot de schade heeft geleid en die zijn terugtreden niet meer heeft kunnen afremmen. Met zijn handelen zoals hiervoor omschreven is daarvan (in ieder geval) sprake geweest; door bijvoorbeeld de nodige stukken te ondertekenen zoals hiervoor beschreven, heeft hij het (verdere) groepshandelen gefaciliteerd. Daarbij komt nog dat [appellant] via Blomzone en het met [naam2] gedeelde Abacus een van de grootste belangen had in G&W (en daarmee in GFH Management en BAUM), Settlebauw, Forum Management en Visie. Hij bleef (via Blomzone en Abacus) indirect bestuurder van G&W. Ook bleef hij bestuurder van GFH Management en Forum. Hij bleef ook financieel directeur van BAUM en daarmee van CATF. Verder heeft hij ook na de aankondiging van zijn vertrek als CFO nog stukken getekend voor de GFH Group. Hij schrijft daarover in zijn memorie van grieven dat die leningen zijn aangetrokken voor operationele kosten, zoals de kosten van huisvesting en van personeel. Hij licht meer concreet toe dat “
de leningen [dateren] van eind 2014 en begin 2015. Er was op dat moment geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat deze leningen niet terugbetaald zouden kunnen worden. De aan Stockfield [het hof begrijpt Stocksfield] / McKinley verstrekte leningen zouden worden terugbetaald uit opbrengsten uit de op handen zijnde beursgang van het software bedrijf. De aan Glenmore & Waldorf verstrekte lening zou worden terugbetaald uit o.a. dividend inkomsten van haar dochtermaatschappij BAUM Management, welke entiteit ca. USD 2,8 miljoen per jaar aan management vergoeding ontving.” [appellant] licht verder toe dat de reden dat hij deze leningen nog heeft ondertekend ‘van praktische aard’ is geweest omdat hij (en het bedrijf Mware), gedurende een bepaalde periode tot december 2015 fysiek in (de kelder van) hetzelfde pand zat als de overige betrokkenen. Wat daarvan verder ook zij, het doet aan zijn bijdrage aan het groepshandelen niet af. De stelling van [appellant] in dit verband dat PHP pas later (dan de ondertekeningen door [appellant] van deze leningen) zou hebben geïnvesteerd, is bovendien onjuist. PHP wijst er terecht op dat alle leningen in Bond House-C3 en Durham Capital-C2 voor 100% zijn verstrekt uit geïnvesteerde gelden van PHP. [appellant] is dan ook niet te volgen waar hij concludeert dat geen causaal verband zou bestaan tussen de schade en de door de groep uitgegeven leningen.
GFHAH-Whatsappgroep, alsmede aan de inhoud ervan. Bijvoorbeeld daar waar een ‘GFH Beleidsplan’ uit oktober 2016 wordt toegelicht. Deze en andere bevindingen uit het strafvorderlijk onderzoek roepen weliswaar de nodige vragen op, maar het hof heeft ter zitting begrepen dat dit onderzoek nog gaande is en het standpunt van de verdediging van [appellant] e.a. (nog) niet bekend is. De om die reden te betrachten behoedzaamheid, maakt dat het hof deze strafvorderlijk vergaarde bewijsmiddelen niet heeft betrokken bij zijn conclusie dat [appellant] e.a. hebben gehandeld in groepsverband.
[appellant] e.a. voerden een onrechtmatig financieringsbeleid
hoedanigheid van bestuurder, ten onrechte niet, althans niet uitdrukkelijk, heeft beoordeeld of [appellant] terzake een persoonlijk ernstig verwijt viel te maken. Dit kan hem echter niet baten, nu het hof in dit hoger beroep het feitelijk handelen/nalaten door [appellant] in zijn hoedanigheid als (indirect) bestuurder zoals weergegeven hierboven (en hierna bij de beoordeling van het incidenteel appel), kwalificeert als een bijdrage aan het groepshandelen ter zake waarvan [appellant] als bestuurder (wel degelijk alsnog) een persoonlijk ernstig verwijt is te maken. Zijn grief terzake faalt aldus eveneens bij gebrek aan belang.
Onrechtmatig investeringsbeleid (reeds) op grond van verhuld tegenstrijdige belangen
De leningen aan CATF
significant doubt about the Fund’s ability to continue as a going concern". Er was ten tijde van het verstrekken van de lening redelijkerwijs geen realistisch scenario denkbaar, althans dat is niet aannemelijk gemaakt, waarin CATF in staat zou zijn om meer dan een jaar later, in juni 2018, het uitgeleende bedrag van € 850.000, vermeerderd bovendien met 9,625% rente per jaar, terug te betalen. Deze lening illustreert dat, zoals PHP terecht heeft aangevoerd, opnieuw (ten koste van PHP) langetermijnproblemen zijn geadresseerd met kortetermijnfinanciering, in de wetenschap dat verplichtingen op korte termijn niet nagekomen konden worden.
De leningen aan Stocksfield; onrechtmatig ondanks niet kenbaar gelieerd
als bestuurdereen verwijt moet zijn te maken dan wel dat elke betrokkene heeft geprofiteerd van enige wanprestatie van de Vehikels, maar om de vraag of sprake is van een bijdrage aan het groepshandelen zoals bedoeld in rov. 4.8 e.v.
- productie 147 over gestelde onwetendheid van [naam1] over de TCA-verkoop;
- productie 149 over de mededeling van [naam1] , vier dagen na de eenzijdige opzegging van het enige rechtsgeldige zekerheidsrecht ter zake van de leningen aan Stocksfield, inhoudende dat “
- productie 152 dat een door [naam1] aan [naam11] verstrekt geanonimiseerd overzicht van leningen betreft, waardoor wordt verhuld dat de gelden van PHP (vooral) naar aan betrokkenen gelieerde partijen gingen;
- productie 153 over de “
- productie 41, de e-mail van 3 juni 2016 waarin [naam1] (en Koorn) beterschap beloofden en aangaven een oplossing te zoeken voor de eis van PHP tot het liquide maken van de investeringen, terwijl zij onderwijl leningen aan gelieerde vennootschappen bleven verstrekken.
5.De beslissing
Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;